Baudet en het drogreferendum over de EU

[Dit artikel komt van njb.nl en is geplaatst door Jaap Hoeksma op 17 maart 2016]

Het vormt voor elke rechtsfilosoof een uitgelezen kans als er een referendum wordt gehouden over een kwestie die op haar of zijn vakgebied ligt. Als voorman van het burgerforum EU grijpt rechtsfilosoof Baudet deze kans met beide handen aan. Door zichzelf en zijn ideeën zo gretig in de schijnwerpers te plaatsen, neemt Baudet het risico dat vakgenoten hem identificeren als een adept van de 16e eeuwse Franse filosoof Jean Bodin. Baudet is hopeloos ouderwets. Hij draagt een middeleeuwse oplossing aan voor een eigentijds probleem.

 

Bovendien vertoont de werkwijze van Baudet een ernstig gebrek. Hij bewijst namelijk wat hij vooronderstelt. Concreet: Baudet beweert dat het concept democratie alleen binnen het verband van een staat tot bloei kan komen en ‘bewijst’ daarmee dat de EU per definitie niet democratisch kan zijn. Een evidenter voorbeeld van het aloude ‘petitio principiï’ is in de publiekrechtelijke literatuur van de afgelopen decennia amper te vinden. Het feit dat hij geheel aan de werkelijkheid voorbij gaat, deert Baudet niet. Integendeel, uit naam van de theorie verklaart hij de werkelijkheid ongeldig. Zo bezien lijkt hij op een kanunnik die vier eeuwen na het proces tegen Galileï opnieuw beweert dat de aarde plat is en stil staat.

 

Ook bij de formulering van de feitelijke argumenten die op dit specifieke referendum betrekking hebben, geeft Baudet er blijk van dat hij niet om een schijnargument meer of minder maalt. Sinds het begin van de campagne brengt hij onbekommerd naar voren dat het naar zijn mening in het belang van Oekraïne is om geen slachtoffer te worden van de imperialistische machtspolitiek van de EU. Bij dit lichtzinnig vertoog kunnen twee kanttekeningen worden geplaatst. De ene is dat Baudet’s afkeer van de Europese Unie zó ver gaat dat hij Oekraïne in bescherming tegen de EU wil nemen. De andere luidt dat hij zich als een wetenschappelijke charlatan ontpopt door zijn eigen soevereiniteitsbegrip ter wille van ‘zijn zaak’ te grabbel te gooien. Baudet weet beter wat goed is voor Oekraïne dan de inwoners van dat land zelf.

 

Inmiddels zijn de tegenstanders van het associatieverdrag begonnen het referendum een andere lading te geven. Het gaat volgens hen niet meer over het verdrag met Oekraïne, maar over het Nederlandse lidmaatschap van de EU. Baudet beweerde in het programma Buitenhof op zondag 6 maart dat het verdrag alles symboliseert wat mis is met de EU en dat iedereen die tegen de EU is, ook tegen dit verdrag zal stemmen. In een ander discussieprogramma op een andere zender zei initiatiefnemer Roos een dag later na aandringen van schrijver dezes dat het hem helemaal niet om de mensen in Oekraïne gaat. Zijn missie is om de Nederlandse burgers een stem in Europa te geven en hij ziet het referendum over het associatieverdrag als een middel daarvoor. Op de website van GeenStijl wordt de band tussen het associatieverdrag en het aanstaande referendum helemaal doorgeknipt. Hier luidt de stelling dat ‘dit referendum over ónze democratie gaat en over óns recht op inspraak in ónze EU’. In deze optiek is Oekraïne volledig uit zicht verdwenen.

 

De strategie van de tegenstanders om de komende volksraadpleging om te vormen tot een drogreferendum is overigens niet zonder gevaar. Het gaat op 6 april om een raadgevend en niet om een beslissend referendum. Ook als de opkomst hoog genoeg en de meerderheid van de kiezers tegen stemt, kan de regering het advies van de bevolking naast zich neerleggen. Zij zal daar zwaarwegende argumenten voor moeten hebben. De omstandigheid dat de tegenstanders ‘hun’ raadplegende referendum sinds het begin van hun campagne hebben omgevormd tot een drogreferendum, kan in dit verband als een doorslaggevende overweging worden aangemerkt.