mr. Abdel Attaïbi
Advocaat bij Loyens & Loeff N.V. in AMSTERDAM
De heer mr. A. Attaïbi, beter bekend als Abdel Attaïbi, is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff in Amsterdam. Hij richt zich op burgerlijk procesrecht en commercieel geschillenrecht, waarbij hij voornamelijk ondernemingen bijstaat in civiele procedures. Zijn praktijk omvat uiteenlopende geschillen op het snijvlak van verbintenissenrecht en ondernemingsrecht, met een bijzondere focus op bewijsbeslag en andere conservatoire maatregelen.
Vergelijkbare advocaten
Opleiding
Attaïbi begon zijn rechtenstudie in 2009 aan de Vrije Universiteit Amsterdam, waar hij de bachelor Rechtsgeleerdheid voltooide. Aansluitend behaalde hij een master in het Privaatrecht aan dezelfde universiteit. Ter verdieping van zijn juridische vorming studeerde hij bovendien aan de McGill University in Montreal en aan King's College in Londen, waar hij zich vertrouwd maakte met het Angelsaksische rechtsstelsel en zijn internationale oriëntatie verder ontwikkelde.
Carrière
Tijdens zijn studie liep Attaïbi stage bij Loyens & Loeff, het kantoor waarbij hij nadien ook zijn loopbaan zou voortzetten. Op 9 januari 2013 werd hij beëdigd als advocaat. In de jaren daarna bouwde hij zijn praktijk op binnen de sectie Commercial & Corporate Litigation van Loyens & Loeff, waar hij uitgroeide tot senior associate. Zijn werkterrein beslaat civiele procedures bij zowel rechtbanken als gerechtshoven door het hele land.
Cliënten, Casussen en Expertise
Attaïbi staat doorgaans ondernemingen bij in commerciële geschillen. Zo trad hij op als advocaat voor de appellant in een hoger beroepsprocedure bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch (2025), waarin het ging om de opheffing van een bewijsbeslag dat was gelegd in verband met vermeende onrechtmatige concurrentie en groepsaansprakelijkheid. Het hof oordeelde dat de beslaglegger de vereiste rechtsbetrekking in de zin van artikel 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering onvoldoende aannemelijk had gemaakt, waarna het beslag werd opgeheven. Eerder, in 2023, deed zich een vergelijkbare kwestie voor bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, waar eveneens een vordering op grond van artikel 843a Rv werd afgewezen omdat de rechtsbetrekking onvoldoende was onderbouwd. In een kort geding bij de Rechtbank Amsterdam in 2022 speelde een vordering tot opheffing van een conservatoir derdenbeslag, waarbij het beslag uiteindelijk werd opgeheven wegens de summierlijke ondeugdelijkheid van de onderliggende vordering.
Proceservaring
Recente uitspraken
ECLI:NL:GHSHE:2025:205, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28-01-2025, 200.333.210_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel recht; Burgerlijk procesrecht · advocaat
ECLI:NL:RBZWB:2023:6397, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30-08-2023, C/02/410306 / KG ZA 23-252
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
ECLI:NL:RBAMS:2022:8308, Rechtbank Amsterdam, 12-12-2022, C/13/726730 / KG ZA 22-1045
Rechtbank Amsterdam · Civiel recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBOBR:2019:7061, Rechtbank Oost-Brabant, 02-12-2019, C/01/351955 / KG ZA 19-657
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel recht
ECLI:NL:RBAMS:2019:1393, Rechtbank Amsterdam, 06-03-2019, C/13/638693 / HA ZA 17-1184
Rechtbank Amsterdam · Civiel recht · advocaat
Beoordeling
0,0 van 5 sterren (op basis van 0 reviews)
Gratis gids: de juiste advocaat kiezen
Download onze tips voor het vinden van de beste advocaat.