mr. Dauphine Delger
Advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. in DEN HAAG
De heer mr. D.A.M. Delger, beter bekend als Dauphine Delger, is werkzaam als advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. in DEN HAAG. Haar praktijk is gericht op de civiele procespraktijk, met een bijzondere nadruk op cassatieprocedures over de volle breedte van het civiele recht. Daarnaast staat zij cliënten bij in procedures bij rechtbanken en gerechtshoven.
Lid van
–
Rechtsgebieden
Privacy | Disclaimer | Toegankelijkheid
Kantoor
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
Beëdigd op
27-2-2026
Vergelijkbare advocaten
Opleiding
Delger studeerde rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Utrecht, waar zij haar bachelor behaalde via het Utrecht Law College, een honoursprogramma. Aansluitend rondde zij aan dezelfde universiteit de master Privaatrecht af met de specialisatie Aansprakelijkheidsrecht, en deed dat cum laude. Tijdens haar studie deed zij ook praktijkervaring op als buitengriffier bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Carrière
Na het afronden van haar studie werkte Delger als junior gerechtsjurist bij de rechtbank Midden-Nederland, waarmee zij vroeg in haar loopbaan vertrouwd raakte met de rechtspraktijk van binnenuit. Parallel hieraan was zij verbonden aan de Universiteit Utrecht als docent privaatrecht. Op 27 februari 2026 werd zij beëdigd als advocaat en trad zij in dienst bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. in Den Haag, waar zij sindsdien werkzaam is in de civiele procespraktijk met cassatie als speerpunt.
Cliënten, Casussen en Expertise
Delger staat cliënten bij in uiteenlopende civiele procedures, van rechtbankniveau tot aan de Hoge Raad. Haar cassatiepraktijk bestrijkt een breed terrein van het civiele recht. Kort na haar beëdiging schreef zij al annotaties voor Cassatieblog.nl over twee uitspraken van de Hoge Raad uit maart 2026. In de eerste zaak, over cassatie in het belang der wet, besprak zij het oordeel van de Hoge Raad dat de rechter tijdens een faillissementsgijzeling geen contactbeperkingen aan de gefailleerde kan opleggen, bij gebreke van een wettelijke grondslag in de zin van artikel 8 lid 2 EVRM. In de tweede zaak analyseerde zij een Wvggz-uitspraak, waarin de Hoge Raad bevestigde dat geen zorgmachtiging mag worden verleend als de medische verklaring niet aan de wettelijke eisen voldoet — ook niet voor een kortere periode dan verzocht. Deze bijdragen illustreren haar brede oriëntatie op het cassatierecht en haar belangstelling voor de raakvlakken tussen nationaal civiel recht en grondrechten.
Beoordeling
0,0 van 5 sterren (op basis van 0 reviews)
Gratis gids: de juiste advocaat kiezen
Download onze tips voor het vinden van de beste advocaat.