mr. Pim Wissink
Advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. in DEN HAAG
De heer mr. P.G.J. Wissink, beter bekend als Pim Wissink, is werkzaam als advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. in DEN HAAG. Binnen dit kantoor is hij actief op de secties Cassatie en Strafrecht, waar hij zich bezighoudt met adviezen en procedures op het gebied van het civiele recht en met de rechtsbijstand aan overheidsinstanties in de strafrechtsketen.
Lid van
–
Rechtsgebieden
–
Kantoor
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
Beëdigd op
27-2-2026
Opleiding
Wissink studeerde aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij in 2019 de master Nederlands (privaat)recht afrondde, gevolgd door de master Rechtswetenschappelijk onderzoek in 2020. Beide masteropleidingen sloot hij af met de beoordeling cum laude. Naast zijn praktijk als advocaat is hij aan diezelfde rechtenfaculteit verbonden als promovendus, waar hij een proefschrift schrijft over de collectieve afwikkeling van massaschade — een onderwerp dat de rode draad vormt door zijn academische loopbaan.
Carrière
Na zijn afstuderen bleef Wissink verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, ditmaal als docent en onderzoeker bij de rechtenfaculteit. In die hoedanigheid publiceerde hij onder meer een congresverslag in het tijdschrift Verkeersrecht over internationale class action-regimes en de afwikkeling van massale personenschade, naar aanleiding van een in 2021 georganiseerd congres waarbij hij zelf betrokken was. Op 27 februari 2026 werd hij beëdigd als advocaat en trad hij in dienst bij Pels Rijcken. Sindsdien combineert hij de advocatuurlijke praktijk met zijn lopende promotieonderzoek aan de Groningse rechtenfaculteit.
Cliënten, Casussen en Expertise
Wissink bedient vanuit zijn cassatiepraktijk uiteenlopende cliënten op het brede terrein van het civiele recht. Zijn strafrechtelijke werkzaamheden richten zich specifiek op overheidsinstanties die actief zijn in de strafrechtsketen. Dat hij snel zijn weg weet te vinden in de cassatiepraktijk, blijkt uit zijn bijdragen aan Cassatieblog, het gezaghebbende blog over uitspraken van de Hoge Raad. Zo besprak hij in februari 2026 een arrest over de vraag of dwalingsnadeel in de zin van artikel 6:230 BW blijft bestaan wanneer de gevreesde omstandigheid — de bouw van een megastal — achteraf niet wordt gerealiseerd. In maart 2026 analyseerde hij een arrest over de Wvggz, waarin de Hoge Raad oordeelde dat de rechter bij een verzoek tot wijziging van een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene moet betrekken, en bij minderjarigen ambtshalve dient te beoordelen of aanvullende zorgvuldigheidseisen moeten worden gesteld aan het toepassen van separeren als vorm van verplichte zorg.
Beoordeling
0,0 van 5 sterren (op basis van 0 reviews)
Gratis gids: de juiste advocaat kiezen
Download onze tips voor het vinden van de beste advocaat.