mr. Stefanie te Beest
Advocaat bij VBTM Advocaten in NIJMEGEN
Mevrouw mr. S.W.A. te Beest, beter bekend als Stefanie te Beest, is werkzaam als advocaat bij VBTM Advocaten in Nijmegen. Haar praktijk richt zich op huurrecht en vastgoedrecht, met een bijzondere focus op woonruimte. Binnen die specialisatie houdt zij zich bezig met uiteenlopende kwesties op het snijvlak van verhuurder en huurder: van woonfraude en overlast tot drugsproblematiek, dringende werkzaamheden en gebreken. VBTM Advocaten bedient cliënten als woningcorporaties, vastgoedeigenaren en overheidsorganen, en Te Beest werkt binnen die context aan zowel advisering als civiele procedures.
Opleiding
Te Beest voltooide haar bachelor Rechtsgeleerdheid in 2022 aan Tilburg University. Aansluitend zette zij haar opleiding voort aan dezelfde universiteit, waar zij in 2024 haar master Rechtsgeleerdheid behaalde.
Carrière
Tijdens haar studie deed Te Beest praktijkervaring op als juridisch secretaresse bij een advocatenkantoor, waar zij tevens stage liep. Daarnaast was zij werkzaam als juridisch begeleider bij een non-profitorganisatie. Na het behalen van haar masterdiploma trad zij in 2024 in dienst bij VBTM Advocaten als juridisch medewerker. Op 31 januari 2025 werd zij beëdigd als advocaat en bouwt zij sindsdien haar praktijk op binnen het huurrecht en vastgoedrecht.
Cliënten, Casussen en Expertise
De zaken die Te Beest behandelt, spelen zich doorgaans af in de sfeer van het sociale huurrecht, waarbij verhuurders — vaak woningcorporaties — optreden tegen huurders die hun verplichtingen niet nakomen. Zo trad zij in een kort gedingprocedure op als gemachtigde van de zoon van een overleden huurder, die aanspraak maakte op voortzetting van de huurovereenkomst. De kantonrechter van de Rechtbank Gelderland oordeelde in november 2025 dat de vervaltermijn voor het instellen van een bodemprocedure op grond van artikel 7:268 lid 2 BW was verstreken en dat het beroep van de verhuurder op die termijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar was, waarna ontruiming werd gelast. In een eerdere zaak, eveneens voor de Rechtbank Gelderland in juli 2025, stond zij namens een verhuurder in een kort geding. De burgemeester had de gehuurde woning gesloten wegens het aanwezig hebben en verhandelen van drugs. De rechtbank wees de gevorderde ontruiming toe en oordeelde dat de buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst op grond van artikel 7:231 lid 1 BW in de gegeven omstandigheden niet onaanvaardbaar was.
Proceservaring
Recente uitspraken
Beoordeling
0,0 van 5 sterren (op basis van 0 reviews)
Gratis gids: de juiste advocaat kiezen
Ontvang onze tips als PDF in uw inbox.