Juristi.nl
ECLI:NL:CBB:2004:AO9531Bestuursrecht

Bedrijf verliest S&O-subsidies vanwege gebrekkige administratie onderzoekswerk — CBB:2004:AO9531

intrekking S&O-verklaringen / administratieplicht speur- en ontwikkelingswerk

Eiser / verzoeker

A, te B

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Economische Zaken

Het College verklaarde de beroepen ongegrond en bevestigde de intrekking van de S&O-verklaringen wegens het niet voldoen aan de administratieplicht.

  • De projectadministratie van het bedrijf bevatte onvoldoende informatie over de eigen technisch-inhoudelijke S&O-werkzaamheden en voldeed daarmee niet aan de wettelijke administratieplicht
  • De minister was bevoegd de S&O-verklaringen in te trekken op grond van artikel 24 lid 7 Wva bij gebreke van een deugdelijke projectadministratie

Samenvatting

Een bedrijf uit B (aangeduid als A) verloor drie subsidies in het kader van de Wet vermindering afdracht loonbelasting, de zogenoemde S&O-verklaringen. Deze verklaringen geven bedrijven die aan speur- en ontwikkelingswerk doen recht op een belastingkorting. Het ging om twee projecten: één over natuurlijke vervangers voor synthetische groeibevorderaars (1998-1999) en één over de ontwikkeling van een mycotoxinebestrijdingsproduct (2000).

In april 2002 voerde de Minister van Economische Zaken een bedrijfscontrole uit bij het bedrijf. Daarbij werden de projectmappen bekeken. De conclusie was dat uit de administratie niet duidelijk kon worden afgeleid welke werkzaamheden het bedrijf zélf had verricht, wat de inhoud van die werkzaamheden was geweest en hoe het project zich had ontwikkeld. De mappen bevatten vooral informatie over activiteiten en producten van derde partijen. Het bedrijf kreeg na de controle nog de gelegenheid om aanvullende informatie in te sturen, maar maakte daar geen gebruik van.

De minister trok vervolgens in augustus 2002 alle drie de S&O-verklaringen in. Het bedrijf maakte bezwaar, maar de minister handhaafde zijn beslissing in december 2002. Daarna stapte het bedrijf naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Het bedrijf voerde onder meer aan dat het onderzoek niet onafhankelijk was uitgevoerd, omdat de Belastingdienst de aanleiding had gegeven voor het bedrijfsbezoek. Ook stelde het bedrijf dat de administratie wél voldeed aan de wettelijke vereisten en dat de minister een onjuiste belangenafweging had gemaakt.

De minister verweerde zich door erop te wijzen dat de Belastingdienst hem weliswaar had gevraagd een bedrijfsbezoek af te leggen, maar dat dit zijn objectiviteit niet aantastte. Hij handelde op basis van zijn eigen wettelijke bevoegdheid en verantwoordelijkheid. De kern van zijn bezwaar bleef dat nergens uit de ingeziene projectmappen bleek welke technisch inhoudelijke S&O-activiteiten het bedrijf zelf had verricht die in verband stonden met de goedgekeurde projecten. Betrokkenheid bij een project is niet voldoende; de projectadministratie moet aantonen wát het bedrijf concreet heeft gedaan.

De wet verplicht bedrijven om een administratie bij te houden waaruit op eenvoudige en duidelijke wijze de aard en inhoud van het verrichte speur- en ontwikkelingswerk en de bestede uren kunnen worden afgeleid. De minister stelde een vast en eenduidig beleid te voeren ten aanzien van intrekking bij het niet naleven van deze verplichting, omdat de controlefunctie van de administratie zwaar weegt. Het College behandelde de drie zaken gezamenlijk ter zitting in november 2003.

Uit de uitspraak blijkt dat het College de beroepen ongegrond verklaarde. De administratie van het bedrijf voldeed niet aan de wettelijke eisen: uit de projectmappen was niet op eenvoudige en duidelijke wijze af te leiden welke eigen technisch-inhoudelijke werkzaamheden het bedrijf had verricht in het kader van de goedgekeurde S&O-projecten. De minister had de verklaringen terecht ingetrokken.

Betrokken advocaten

mr. J.B. Smits

appellante

mr. C.H. Pannekoek

appellante

ADDVO advocaten, WOUWSE PLANTAGE

mr. C. Cromheecke

verweerder

Senter

mr. R.E. Groenewold

verweerder

Senter, AMSTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

28 april 2004

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

AWB 03/144, 03/145 en 03/146

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:CBB:2004:AO9531

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter verwerpt eis VvE-bestuurder om herinschrijving met terugwerkende kracht
College van Beroep voor het bedrijfsleven·31 mrt 2026
Bestuursrecht
Amsterdamse taxichauffeur moet €5.550 dwangsom betalen voor rijden zonder vergunning
College van Beroep voor het bedrijfsleven·31 mrt 2026
Bestuursrecht
Varkenshouder mist procesbelang, maar krijgt €500 wegens trage rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven·31 mrt 2026
Bestuursrecht
Rechter halveert boete boer om vergissing wachttijd medicijn
College van Beroep voor het bedrijfsleven·31 mrt 2026
Bestuursrecht