ECLI:NL:CBB:2017:116, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 12-04-2017, 16/54 — CBB:2017:116
Samenvatting
Uitleg artikel 3:2 van de Wft; uitzondering op het verbod om zonder vergunning het bedrijf van bank uit te oefenen. De omstandigheid dat de moeder zich op enig moment op het standpunt heeft gesteld dat zij bij gebrek aan voldoende liquide middelen feitelijk niet kan voldoen aan haar uit de instandhoudingsovereenkomst voortvloeiende verplichting om de concernfinancieringsmaatschappij steeds van voldoende fondsen te voorzien, maakt niet dat die verplichting niet meer onvoorwaardelijk is. Hoger beroep van DNB ongegrond.
Betrokken advocaten
FIZ advocaten, ROTTERDAM
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE
mr. P.L. Reeser Cuperus
mr. J.L. Hiemstra
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2022:5599, Rechtbank Rotterdam, 06-07-2022, C/10/631388 / HA ZA 22-4
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2022:1961, Gerechtshof Amsterdam, 05-07-2022, 200.255.123/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2022:643, Gerechtshof Den Haag, 19-04-2022, 200.304.553/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2021:1137, Rechtbank Gelderland, 03-03-2021, 360730
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 april 2017
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
16/54
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CBB:2017:116