ECLI:NL:CBB:2022:289, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 02-06-2022, 20/638, 20/639, 20/1068 en 20/1069 — CBB:2022:289
Samenvatting
Bij het nemen van een besluit op grond van artikel 47, eerste lid, Mw is de minister gebonden aan het volledige, daaraan voorafgegane, besluit van ACM op grond van artikel 41 Mw. Dat betreft zowel de mededingingsrechtelijke beoordeling als de beoordeling of weigering van de vergunning de vervulling van een dienst van algemeen economisch belang verhindert en omvat alle daaraan ten grondslag gelegde door ACM vastgestelde feiten, gedane aannames, gemaakte analyses en getrokken conclusies. Die gebondenheid geldt dus niet alleen voor de door ACM vastgestelde significante belemmering(en) van de mededinging. Dit brengt mee dat de minister bij de identificatie van de tegen de te verwachten belemmering(en) van de mededinging af te wegen gewichtige redenen van algemeen belang, het besluit van ACM moet respecteren. De minister mag dus geen gewichtige redenen van algemeen belang identificeren voor zover dat in strijd is met het besluit van ACM. In dit geval heeft de minister aan drie van de vier door hem in het besluit tot vergunningverlening geïdentificeerde gewichtige redenen van algemeen belang aannames en stellingen over de toekomst op de postmarkt ten grondslag heeft gelegd die haaks staan op de door ACM vastgestelde feiten, gedane aannames, gemaakte analyses en getrokken conclusies. Dat is in strijd met het systeem van de wet. De resterende door de minister geïdentificeerde gewichtige reden van algemeen in aanmerking genomen belang legt onvoldoende gewicht in de schaal legt tegenover de te verwachten (significante) belemmering(en) van de mededinging op de markten voor zakelijke partijenpost en losse post. Het besluit tot vergunningverlening is daarom in strijd met artikel 47, eerste lid, Mw. Het College voorziet zelf in de zaak door de aanvraag van PostNL om vergunningverlening af te wijzen. Omvang geding, nauwe verwevenheid en (incidenteel) hoger beroep.
Betrokken advocaten
Allen Overy Shearman Sterling, AMSTERDAM
Allen Overy Shearman Sterling, AMSTERDAM
Ecolytico Legal, AMSTERDAM
Tata Steel Nederland Services, VELSEN-NOORD
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE
Taylor Wessing, EINDHOVEN
Taylor Wessing, EINDHOVEN
mr. E.H. Pijnacker Hordijk
mr. A. Jonkheer
mr. S.R. Kingma
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2026:128, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 31-03-2026, 23/1502
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:1748, Raad van State, 25-03-2026, 202405371/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:GHDHA:2026:441, Gerechtshof Den Haag, 23-03-2026, 22-001391-25
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:OGHACMB:2026:49, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 18-03-2026, AUA2025H00105 en AUA2025H00129
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 juni 2022
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
20/638, 20/639, 20/1068 en 20/1069
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CBB:2022:289