ECLI:NL:CBB:2022:821, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 20-12-2022, 22/1471, 22/1575 en 22/1610 — CBB:2022:821
Samenvatting
Verlengbaarheidsbesluit vergunningen landelijke commerciële radio-omroepen – intensiteit rechterlijke toetsing bij beoordelingsruimte – schaarse rechten – algemeen economisch belang – opdracht bestuursrechter na vaststelling dat besluit in strijd is met zorgvuldigheids- en/of motiveringsplicht De negen FM-vergunningen voor landelijke commerciële radio-omroep waren geldig tot 1 september 2022. Daarna zou de minister de beschikbare frequentieruimte opnieuw moeten verdelen. Vanwege de terugloop van advertentie-inkomsten door de coronamaatregelen heeft de minister de vergunningen met drie jaar verlengd. De rechtbank Rotterdam heeft dat besluit vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. De commerciële radio-omroepen die nu een vergunning hebben, hebben daartegen hoger beroep ingesteld. De minister heeft dat niet gedaan. Uitgangspunt is dat een vergunning voor bepaalde tijd wordt verleend en niet wordt verlengd. Een vergunning kan alleen worden verlengd als zich een van de (uitzonderings)gevallen van artikel 18, tweede lid, van het Frequentiebeleid 2013 voordoet. In dit geval heeft de minister een algemeen economisch belang aanwezig geacht. Bij de beantwoording van de vraag of daar sprake van is heeft de minister een zekere beoordelingsruimte. Dat de minister beoordelingsruimte heeft, brengt mee dat de bestuursrechter zich bij de inhoudelijke toetsing beperkt tot de vraag of de minister zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat een bepaald (uitzonderings)geval zich wel of niet voordoet. De intensiteit van de rechterlijke toetsing is (ook) bij beoordelingsruimte afhankelijk van een veelheid van factoren. In dit geval weegt zwaar dat de vergunningen schaarse rechten zijn. Daarom hebben ze een beperkte looptijd en moeten ze na afloop daarvan opnieuw worden verdeeld, zodat ook nieuwkomers een kans krijgen op zo’n vergunning. Bij strijd met het zorgvuldigheidsvereiste en/of het motiveringsvereiste dient de bestuursrechter uit het oogpunt van finalisering niet met die vaststelling te volstaan, maar moet deze nagaan of een nieuw onderzoek dat wel zorgvuldig wordt gedaan, alsnog een deugdelijke onderbouwing voor het desbetreffende besluit zou kunnen opleveren. Is dat volgens de bestuursrechter niet het geval, dan is het besluit niet alleen in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb, maar ook (en juist) met de toepasselijke inhoudelijke wettelijke norm. Dat is hier het geval. Het College oordeelt dat de minister zich niet redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat zich hier de door de minister aangevoerde uitzonderingssituatie (algemeen economisch belang ) voordoet. Het besluit is daarom in strijd met artikel 18, tweede lid, onderdeel a, van het Frequentiebesluit 2013. De minister moet per 1 september 2023 de FM-vergunningen opnieuw verdelen. Bevestiging aangevallen uitspraak met verbetering gronden.
Betrokken advocaten
Bart- Jan Walraven, advocaat, ROTTERDAM
VDVS Advocatuur, ROTTERDAM
H�cker Advocaten, AMSTERDAM
mr. I.C.E. Spierings
appellant
mr. M.I. Robichon
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:1183, Raad van State, 19-03-2025, 202200684/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOBR:2024:2545, Rechtbank Oost-Brabant, 14-06-2024, SHE 23/1947
Rechtbank Oost-Brabant · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2023:2686, Rechtbank Den Haag, 08-03-2023, C/09/641239 / KG ZA 23/38
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RVS:2022:3216, Raad van State, 09-11-2022, 202100072/1/R3
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
20 december 2022
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
22/1471, 22/1575 en 22/1610
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CBB:2022:821