ECLI:NL:CBB:2023:200, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18-04-2023, 22/23, 22/54, 22/62 en 22/104 — CBB:2023:200
Samenvatting
Op grond van artikel 10 van het Kaderbesluit komen voor subsidie in aanmerking de redelijk gemaakte kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit. Net als de minister is het College van oordeel dat er in de vier projecten onvoldoende verbondenheid bestaat tussen de afschrijvingskosten van de bestaande stallen en de subsidiabele activiteiten van het project. De bestaande stallen als zodanig maken geen deel uit van die projecten. De projecten waarvoor de Groene Munt subsidie heeft aangevraagd zijn gericht op brongerichte verduurzaming. De innovatieprojecten zijn niet gericht op de bouw of het gebruik van een stal, maar op de toepassing van mogelijke technieken, installaties, apparatuur, machines en uitrusting die zouden kunnen leiden tot brongerichte verduurzaming.
Betrokken advocaten
mr. Z. Turk
mr. T. van Steenis
mr. M.W. Schilperoort
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:6392, Raad van State, 24-12-2025, 202306769/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:14262, Rechtbank Rotterdam, 09-12-2025, 11947808 VV EXPL 25-656
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:CBB:2025:391, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 29-07-2025, 22/1612 en 22/1613
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:122, Raad van State, 15-01-2025, 202300249/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 april 2023
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
22/23, 22/54, 22/62 en 22/104
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2023:200