ECLI:NL:CBB:2023:399, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 25-07-2023, 23/1244, 23/1246, 23/1248 en 23/1250, 23/1243, 23/1245. 23/1247 en 23/1249 — CBB:2023:399
Samenvatting
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de weigering van de minister om in dit geval terug te komen van de vaststellingsbesluiten, evident onredelijk is. In dit geval stelt de onderneming dat het doorgeven van onjuiste gegevens te wijten is aan de wijze waarop het aanvraagformulier is ingericht, meer in het bijzonder de vraagstelling die gaat over wat geldt als omzet voor de TVL. Dit heeft tot gevolg gehad dat de onderneming bij haar eerste aanvraag alleen de omzet voor de omzetbelasting heeft opgegeven en dit vervolgens heeft herhaald in de daarop volgende vijf aanvragen. De minister heeft erkend dat het aanvraagformulier op dit punt mogelijk onvoldoende duidelijk is. Daarnaast is voldoende aannemelijk dat de onderneming bij haar fiscaal adviseur en boekhouder, maar ook bij de RVO heeft geprobeerd meer duidelijkheid te verkrijgen, maar ook de RVO bleek geen bevredigend antwoord te kunnen geven. Op de zitting heeft de minister aangegeven niet uit te sluiten dat de RVO inderdaad niet in staat was om voldoende duidelijkheid te scheppen. En tenslotte blijkt uit de hoogte van de verleningen van subsidie voor het vierde kwartaal van 2021 en het eerste kwartaal van 2022 dat de verleningen en vaststellingen van subsidies in de aan de orde zijnde kwartalen waarschijnlijk te laag zijn. Gelet op deze omstandigheden - waarbij het evident is dat de subsidies van groot belang zijn voor het voortbestaan van de onderneming - is de voorzieningenrechter van oordeel dat sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden die leiden tot het oordeel dat het niet inhoudelijk beoordelen van de herzieningsverzoeken en, als dat aan de orde is, het niet hoger vaststellen van de subsidie, evident onredelijk is. De minister zal de herzieningsverzoeken opnieuw inhoudelijk moeten beoordelen en waar nodig de subsidies hoger vaststellen
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2025:611, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18-11-2025, 25/100, 25/101 en 25/102
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:584, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 30-10-2025, 25/787
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:543, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 07-10-2025, 24/780
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:3826, Rechtbank Noord-Nederland, 17-09-2025, LEE 25/3209
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 juli 2023
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
23/1244, 23/1246, 23/1248 en 23/1250, 23/1243, 23/1245. 23/1247 en 23/1249
Procedure
Proceskostenveroordeling
ECLI
ECLI:NL:CBB:2023:399