ECLI:NL:CBB:2024:371, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-05-2024, 22/847 — CBB:2024:371
Samenvatting
Accountantstuchtrecht. Klacht vanwege het in diskrediet brengen van het accountantsberoep door zichzelf te verrijken door het verrichten van frauduleuze betalingen. De accountantskamer heeft de klacht gegrond verklaard en de maatregel van doorhaling van de inschrijving als registeraccountant opgelegd. De termijn waarbinnen de accountant niet opnieuw in de registers kan worden ingeschreven is bepaald op acht jaren. Het College vindt de maatregel van doorhaling op zijn plaats, maar heeft de duur van de termijn waarbinnen de accountant niet opnieuw kan worden ingeschreven beperkt tot vijf jaar. In zoverre is het hoger beroep gegrond.
Betrokken advocaten
Van Benthem & Keulen, UTRECHT
Greenberg Traurig,, AMSTERDAM
Loyens & Loeff, AMSTERDAM
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2026:134, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 31-03-2026, 24/548 en 24/898
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2026:132, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 31-03-2026, 24/263
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2026:130, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 31-03-2026, 24/251
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2026:135, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 31-03-2026, 24/190
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
28 mei 2024
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
22/847
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CBB:2024:371