Juristi.nl
ECLI:NL:CBB:2024:392Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2024:392, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 11-06-2024, 22/759 — CBB:2024:392

Samenvatting

Openbaarmakingsregeling van de artikelen 12u, 12v en 12w van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt (Iw). Afgewezen verzoek om openbaarmaking van gegevens over de vermeende vermindering van de betalingsverplichting van de aan [naam 2] opgelegde boetes. Naar het oordeel van het College heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de artikelen 12u en 12v van de Iw niet van toepassing zijn op besluiten tot kwijtschelding of niet-invordering van (een deel van) de opgelegde boetes. De rechtbank verwijst voor haar oordeel naar de genoemde uitspraak van 18 februari 2020. Uit de overwegingen 7.3 en volgende van de uitspraak van het College van 18 februari 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:92) volgt dat het de bedoeling van de wetgever was dat de artikelen 12u en 12v van de Iw van toepassing zijn op besluiten waarbij een overtreding wordt vastgesteld. De artikelen 12u en 12v van de Iw zijn dan ook niet van toepassing op een beslissing waarbij louter een betalingsverplichting wordt gewijzigd, omdat daarbij geen overtreding wordt vastgesteld. Voor zover de verzochte gegevens door de ACM of in haar opdracht zijn vervaardigd, zien deze gegevens naar het oordeel van het College op de uitvoering van de aan de ACM opgedragen taak tot invordering van boetes, zoals bedoeld in artikel 6a, negende lid, van de Iw. Dat betekent dat artikel 12w, eerste lid, van de Iw van toepassing is en dat de ACM de bevoegdheid heeft om deze openbaar te maken. Bij de gebruikmaking van die bevoegdheid komt de ACM beleidsruimte toe, wat wil zeggen dat de ACM de keuze heeft om deze bevoegdheid al dan niet te gebruiken. Bij toepassing van deze bevoegdheid dient de ACM het evenredigheidsbeginsel dat is neergelegd in artikel 3:4, tweede lid, van de Awb in acht te nemen. De nadelige gevolgen van de openbaarmaking voor de belanghebbenden mogen dan ook niet onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen doelen. Uit de memorie van toelichting bij de Iw maakt het College op dat bij de vaststelling van de met het openbaarmakingsbesluit te dienen doelen meer in het bijzonder moet worden bezien of openbaarmaking nuttig en nodig is uit een oogpunt van voorlichting en transparantie. Het College is van oordeel dat openbaarmaking van de door de onderneming verzochte gegevens over de vermeende vermindering van de betalingsverplichting van de aan [naam 2] opgelegde boetes op zichzelf nuttig en nodig is uit een oogpunt van voorlichting en transparantie. Deze gegevens bieden namelijk inzicht aan consumenten en marktpartijen over de (mogelijke) handelwijze van de ACM over vermindering van de betalingsverplichting als een partij de boete niet dreigt te kunnen betalen. Wel weegt het belang bij openbaarmaking van gegevens over de inning van boetes minder zwaar dan het belang bij openbaarmaking van sanctiebesluiten, waarvoor op grond van de artikelen 12u en 12v van de Iw openbaarmaking in beginsel verplicht is. Tegenover het belang bij openbaarmaking van de verzochte gegevens staat het belang van [naam 2] dat daarvan wordt afgezien. Het betreft vermeende gegevens over de financiële draagkracht van de onderneming, die op zichzelf al concurrentiegevoelig zijn, en de manier waarop daarmee is omgegaan. Het belang van [naam 2] bij bescherming van zulke bedrijfsgegevens is groot. Naar het oordeel van het College wegen de met openbaarmaking van de verzochte gegevens te dienen doelen in dit geval niet op tegen de negatieve gevolgen daarvan. Het belang van [naam 2] bij niet-openbaarmaking prevaleert. De ACM heeft niet in strijd gehandeld met de in artikel 3:4, tweede lid, van de Awb neergelegde maatstaf. Voor zover artikel 12w, eerste lid, van de Iw van toepassing is, mocht de ACM het verzoek dus afwijzen. De rechtbank heeft het beroep van [naam 1] daarom terecht ongegrond verklaard.

Betrokken advocaten

mr. D.R. Ninck Blok

Windt Le Grand Leeuwenburgh, ROTTERDAM

mr. G. van der Wal

Windt Le Grand Leeuwenburgh, ROTTERDAM

mr. E. Oude Elferink

CMS Derks Star Busmann, BRUSSEL

mr. R.W. Geertsema

mr. P.J. Schnezler

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

11 juni 2024

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

22/759

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:CBB:2024:392

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter verwerpt eis VvE-bestuurder om herinschrijving met terugwerkende kracht
College van Beroep voor het bedrijfsleven·31 mrt 2026
Bestuursrecht
Amsterdamse taxichauffeur moet €5.550 dwangsom betalen voor rijden zonder vergunning
College van Beroep voor het bedrijfsleven·31 mrt 2026
Bestuursrecht
Varkenshouder mist procesbelang, maar krijgt €500 wegens trage rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven·31 mrt 2026
Bestuursrecht
Rechter halveert boete boer om vergissing wachttijd medicijn
College van Beroep voor het bedrijfsleven·31 mrt 2026
Bestuursrecht