Juristi.nl
ECLI:NL:CBB:2024:409Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2024:409, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18-06-2024, 22/851 — CBB:2024:409

Samenvatting

Boete. De minister heeft aangetoond dat appellant artikel 3.4, eerste lid, van de Wet dieren heeft overtreden. Gelet op de toestand van de kadavers en de ouderdom die de toezichthouder daaruit heeft afgeleid, heeft de minister mogen concluderen dat bij appellant nooit de intentie heeft bestaan om de kadavers aan te geven bij Rendac, deze voor Rendac ter beschikking te houden en aan Rendac af te staan. Artikel 3.4, eerste lid, van de Wet dieren kan zelfstandig ten grondslag worden gelegd aan een boete. Dat de minister aanvankelijk ervoor heeft gekozen om aan de boete niet alleen een overtreding van artikel 3.4, eerste lid, van de Wet dieren ten grondslag te leggen, maar ook overtreding van de artikelen 3.22, eerste lid, en 3.23, eerste lid, van de Regeling dierlijke producten, betekent niet dat de minister de boete niet meer uitsluitend kon baseren op een overtreding van artikel 3.4, eerste lid, van de Wet dieren.

Betrokken advocaten

mr. B.M. Kleijs

appellant

mr. W.G.N.M. van Caam

appellant

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

18 juni 2024

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

22/851

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:CBB:2024:409

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter verwerpt eis VvE-bestuurder om herinschrijving met terugwerkende kracht
College van Beroep voor het bedrijfsleven·31 maart 2026
Bestuursrecht
Amsterdamse taxichauffeur moet €5.550 dwangsom betalen voor rijden zonder vergunning
College van Beroep voor het bedrijfsleven·31 maart 2026
Bestuursrecht
Varkenshouder mist procesbelang, maar krijgt €500 wegens trage rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven·31 maart 2026
Bestuursrecht
Rechter halveert boete boer om vergissing wachttijd medicijn
College van Beroep voor het bedrijfsleven·31 maart 2026
Bestuursrecht