ECLI:NL:CBB:2024:435, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 02-07-2024, 22/2299 — CBB:2024:435
Samenvatting
Verzoek van een zorgaanbieder aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) om handhavend op te treden tegen een zorgverzekeraar. Volgens de zorgaanbieder krijgt zij ten onrechte niet het door haar gewenste contract voor de levering van zorg aan verzekerden van de zorgverzekeraar. Het College oordeelt dat de zorgaanbieder belanghebbende is bij haar handhavingsverzoek. Het handhavingsverzoek stuit echter af op artikel 79, eerste lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg). Daarin is bepaald dat de NZa geen aanwijzing als bedoeld in de artikelen 76 tot en met 78g (van de Wmg) geeft omtrent de beoordeling of behandeling van individuele gevallen door degene tot wie de aanwijzing is gericht. De NZa heeft dus geen bevoegdheid om in te grijpen bij individuele geschillen over overeenkomsten tussen zorgaanbieders en ziektekostenverzekeraars, waaronder ook geschillen over het niet-contracteren. De overige verzoeken van de zorgaanbieder vallen buiten de omvang van het geding. Het beroep is ongegrond.
Betrokken advocaten
Loyens & Loeff, AMSTERDAM
Loyens & Loeff, LEIDEN
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2025:682, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 11-12-2025, 24/358
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:456, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 09-09-2025, 24/357, 24/359 en 24/360
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:351, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 30-06-2025, 24/358
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:7049, Rechtbank Rotterdam, 18-06-2025, ROT 24/8445
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 juli 2024
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
22/2299
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2024:435