ECLI:NL:CBB:2024:472, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 16-07-2024, 22/942 — CBB:2024:472
Samenvatting
De stalbrand is een bijzondere omstandigheid, waardoor de omzet in de referentieperiode lager is dan zonder die bijzondere omstandigheid het geval zou zijn geweest. De minister heeft deze bijzondere omstandigheid in het bestreden besluit niet bij zijn beoordeling betrokken. In de beroepsfase heeft de minister de stalbrand alsnog aangemerkt als een bijzondere omstandigheid en aan de hand van twee alternatieve referentieomzetten gekeken of de onderneming wel in aanmerking komt voor een subsidie. Beide alternatieven leiden niet tot een omzetverlies van ten minste 30%. De onderneming heeft andere alternatieven voorgesteld, maar het College is van oordeel dat de minister daar niet in mee hoefde te gaan. De uitkomst dat de onderneming geen subsidie krijgt, is niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel.
Betrokken advocaten
mr. H.G.M. Wammes
mr. E. Brouwers
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2026:6, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 13-01-2026, 23/1359
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:615, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18-11-2025, 24/48
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:4410, Raad van State, 17-09-2025, 202405288/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:4408, Raad van State, 17-09-2025, 202405289/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
16 juli 2024
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
22/942
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2024:472