ECLI:NL:CBB:2024:669, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 01-10-2024, 22/1663 — CBB:2024:669
Samenvatting
Naar het oordeel van het College heeft de minister de door appellante verzochte verklaring energie-investeringsaftrek terecht geweigerd, omdat sprake is van aanschaffingskosten en deze niet binnen de in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001 bedoelde termijn zijn aangemeld. Van strijd met het evenredigheidsbeginsel is geen sprake. Beroep ongegrond.
Betrokken advocaten
mr. C.M.H. Cohen
mr. M. Wullink
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2026:59, Rechtbank Limburg, 07-01-2026, ROE 23/3270 en ROE 23/3271
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:576, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-10-2025, 23/1538
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:521, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 02-10-2025, 22/1801
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:519, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 02-10-2025, 23/1279
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 oktober 2024
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
22/1663
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2024:669