ECLI:NL:CBB:2024:912, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 10-12-2024, 23/1219 — CBB:2024:912
Samenvatting
TVL Q3 2021. Dat de onderneming en de Nederlandse dochters niet rechtstreeks met elkaar een van de banden als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening onderhouden, staat er niet aan in de weg dat zij met elkaar zijn verbonden als bedoeld in artikel 2.4.13, eerste lid, van de TVL. Uit dit artikel volgt niet dat deze banden alleen via (andere) Nederlandse ondernemingen mogen lopen. Dat de onderneming en de andere Nederlands dochters de banden als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening onderhouden met een in het buitenland gevestigde moedermaatschappij staat er dus ook niet aan in de weg dat zij met elkaar zijn verbonden als bedoeld in artikel 2.4.13, eerste lid, van de TVL.
Betrokken advocaten
mr. H.G.M. Wammes
mr. S.F. Hu
mr. F.J.P. Laros
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2026:6, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 13-01-2026, 23/1359
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:14639, Rechtbank Rotterdam, 08-12-2025, ROT 25/8267
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:CBB:2025:615, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18-11-2025, 24/48
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:4410, Raad van State, 17-09-2025, 202405288/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 december 2024
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
23/1219
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2024:912