ECLI:NL:CBB:2025:378, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 15-07-2025, 23/1541 — CBB:2025:378
Samenvatting
Aangezien geen sprake is van bijzondere omstandigheden heeft de staatssecretaris terecht geen aanleiding gezien om het invorderingsbedrag te matigen. Beroep ongegrond.
Betrokken advocaten
Meijburg Legal, AMSTELVEEN
Van Doorn cs, AMSTERDAM
mr. P. van der Meer
mr. G.H.H. Bisschoff
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:194, Raad van State, 14-01-2026, 202407738/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:223, Raad van State, 14-01-2026, 202302771/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:9221, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-12-2025, BRE 25/5451
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6146, Raad van State, 17-12-2025, 202406255/2/A2
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
15 juli 2025
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
23/1541
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2025:378