ECLI:NL:CBB:2025:414, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 12-08-2025, 23/1539 — CBB:2025:414
Samenvatting
Een maatschap is overgegaan in een CBV. De CV heeft GLB aangevraagd en gevraagd om extra betaling voor jonge landbouwers. In geschil is op beherend vennoot H blokkerende zeggenschap had in de CV. Dit blijkt niet uit de vennootschapsovereenkomst. Uit een bepaling van de overeenkomst blijkt alleen dat H en Z als beherend vennoot bevoegd zijn te handelen voor de CV, maar over hun onderlinge verhouding is niets bepaald. Verder kan uit de overeenkomst niet worden afgeleid dat en in hoeverre de bevoegdheden van de maatschapsovereenkomst van toepassing zijn op het handelen van de beherend vennoten. De stukken van de KvK leiden niet tot een ander oordeel. De juistheid van die registratie in de KvK moet kunnen worden aangetoond met de vennootschapsovereenkomst. Dat kan echter niet, zoals is overwogen, worden opgemaakt uit die vennootschapsovereenkomst. Beroep is ongegrond.
Betrokken advocaten
CMS, AMSTERDAM
mr. I. van Lankveld
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:20503, Rechtbank Den Haag, 31-10-2025, NL25.15042
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:CBB:2025:575, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-10-2025, 24/798
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:543, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 07-10-2025, 24/780
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:467, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 16-09-2025, 23/1290
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 augustus 2025
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
23/1539
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2025:414