ECLI:NL:CBB:2025:529, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 02-10-2025, 23/1151 — CBB:2025:529
Samenvatting
Wet verbod pelsdierhouderij. De onderneming heeft een vergoeding van de minister gekregen voor de schade die zij heeft geleden doordat zij, drie jaar eerder dan in 2013 bij wet was bepaald, moest stoppen met het fokken en houden van pelsdieren. Het College oordeelt dat de minister ten onrechte een kortingspercentage vanwege het normale maatschappelijke risico (NMR) op de totale vergoeding in mindering heeft gebracht. De minister heeft terecht geen vergoeding toegekend voor de voergeldlocaties, omdat de hij niet bevoegd is daarover een besluit te nemen op grond van de Wvp.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2026:38, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 03-02-2026, 24/876
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2026:44, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 08-01-2026, BRE 25/624, 25/759, 25/806, 25/807, 25/808, 25/809 en 25/810
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:CBB:2025:650, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 09-12-2025, 25/382
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:642, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 09-12-2025, 25/33
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 oktober 2025
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
23/1151
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2025:529