ECLI:NL:CBB:2025:60, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 04-02-2025, 22/2383, 22/2384, 22/2385 — CBB:2025:60
Samenvatting
De minister heeft zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat de aanvragen niet aan de in de TVL gestelde regels voldoen en dat hij daarom niet kan vaststellen of de onderneming een ‘onderneming in moeilijkheden is’. De minister had de TVL-aanvragen niet op die grond mogen afwijzen. De beroepen zijn gegrond en de minister moet nieuwe besluiten op het bezwaar.
Betrokken advocaten
Rassers advocaten, SCHIPHOL
Rassers advocaten, BREDA
mr. P. van Veen
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:26977, Rechtbank Den Haag, 29-12-2025, 24/1675
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBOBR:2025:8170, Rechtbank Oost-Brabant, 29-10-2025, C/01/414962 / HA ZA 25-281
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBZWB:2025:5934, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02-09-2025, 11824219 \ VV EXPL 25-66 (E)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:CBB:2025:464, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 21-08-2025, 24/104
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 februari 2025
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
22/2383, 22/2384, 22/2385
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2025:60