ECLI:NL:CBB:2025:629, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 02-12-2025, 23/1910 — CBB:2025:629
Samenvatting
Het College verklaart het hoger beroep van PostNL tegen de uitspraak van de rechtbank van 29 september 2023 (ECLI:NL:RBROT:2023:9009) ongegrond. Dat betekent dat het besluit van de ACM van 5 september 2019 definitief in stand blijft. Met dit besluit heeft de ACM de gevraagde vergunning voor de concentratie tussen PostNL en Sandd geweigerd. Door de concentratie zou volgens de ACM praktisch gezien een monopolist op het gebied van postbezorging ontstaan, wat leidt tot significante mededingingsproblemen. Het College heeft beoordeeld of de ACM gezien de feiten en omstandigheden ten tijde van het besluit en de op basis daarvan gemaakte prognoses over de verwachte ontwikkelingen op een termijn van drie tot vijf jaar, tot de conclusie kon komen dat de vergunning moest worden geweigerd. Dit betekent dat feiten en ontwikkelingen die zich nadien hebben voorgedaan in de postmarkt of ten aanzien van de financiële situatie van PostNL, op zichzelf niet relevant zijn voor het oordeel in deze zaak. Het College is – met de rechtbank – van oordeel dat de ACM de relevante markt zorgvuldig heeft afgebakend. De ACM mocht ervan uitgaan dat er een nationale markt is voor zakelijke partijenpost en een nationale markt voor losse post, en dat digitale communicatie daarvan geen onderdeel uitmaakt. Verder heeft de ACM in de counterfactual (de meest waarschijnlijke situatie zonder de concentratie) kunnen uitgaan van het scenario dat Sandd voor de zakelijke partijenpost en de losse post concurrentiedruk zou blijven uitoefenen op PostNL, in de drie tot vijf jaar volgend op het besluit. Tot slot heeft de ACM op basis van de feiten en omstandigheden ten tijde van het nemen van het besluit terecht geconcludeerd dat het niet zo is dat PostNL zonder de overname van Sandd de UPD (Universele Postdienst) in de periode van drie tot vijf jaar na het besluit niet onder economisch aanvaardbare omstandigheden zou kunnen blijven uitvoeren.
Betrokken advocaten
Allen Overy Shearman Sterling, AMSTERDAM
Allen Overy Shearman Sterling, AMSTERDAM
Allen Overy Shearman Sterling, AMSTERDAM
Taylor Wessing, EINDHOVEN
Taylor Wessing, EINDHOVEN
mr. W.T. Algera
mr. T.R. Heideman
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2026:134, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 31-03-2026, 24/548 en 24/898
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2026:132, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 31-03-2026, 24/263
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2026:130, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 31-03-2026, 24/251
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2026:128, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 31-03-2026, 23/1502
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 december 2025
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
23/1910
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2025:629