ECLI:NL:CBB:2025:665, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 16-12-2025, 23/1210 — CBB:2025:665
Samenvatting
Het College ziet net als de rechtbank in wat de onderneming heeft aangevoerd geen aanleiding voor de conclusie dat de minister op onjuiste wijze heeft vastgesteld dat de onderneming niet heeft voldaan aan de in artikel 14 van de Meststoffenwet opgenomen verantwoordingsplicht. Het College heeft de aan de onderneming opgelegde boete gematigd omdat de redelijke termijn is overschreden.
Betrokken advocaten
mr. A.H. Spriensma-Heringa
W.C. Bikker
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2026:21, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 27-01-2026, 22/2176 en 23/1432
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2026:8, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 20-01-2026, 23/651
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2026:10, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 20-01-2026, 23/1654
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2026:11, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 20-01-2026, 23/1700
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
16 december 2025
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
23/1210
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CBB:2025:665