ECLI:NL:CBB:2026:130, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 31-03-2026, 24/251 — CBB:2026:130
Samenvatting
Last onder dwangsom opgelegd aan een hondeneigenaar, omdat de eigenaar de hond hield in een ruimte waarin onvoldoende ruimte was voor de fysiologische en ethologische behoeften van de hond. Wat appellant heeft aangevoerd is geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de bevindingen uit het toezichtrapport. De minister was daarom bevoegd een last onder dwangsom op te leggen. Ook is de last voldoende duidelijk en concreet omschreven. Tijdens de hercontrole werd de hond aangetroffen in vergelijkbare omstandigheden als tijdens de eerste controle. De minister heeft terecht vastgesteld dat appellant de aan hem opgelegde maatregel niet heeft uitgevoerd. Het College is van oordeel dat de minister mocht overgaan tot het innen van de van rechtswege verbeurde dwangsom.
Betrokken advocaten
mr. M.D. Kaak
appellant
mr. S. Piron
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2026:133, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 31-03-2026, 24/1060
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2026:134, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 31-03-2026, 24/548 en 24/898
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2026:132, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 31-03-2026, 24/263
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2026:111, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 17-03-2026, 23/1367
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
24/251
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2026:130