Boetes British American Tobacco voor festivalsponsoring grotendeels gehandhaafd — CBB:2026:136
tabaksreclame- en sponsoringverbod / bestuurlijke boete
Eiser / verzoeker
British American Tobacco International Holdings B.V.
Verweerder / gedaagde
Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Het hoger beroep van BAT wordt verworpen; de verlaagde boetes van de rechtbank (€38.250 voor Pinkpop en €76.500 voor Defqon.1) worden gehandhaafd.
- De verhouding tussen de betaalde vergoeding en de redelijkerwijs te verwachten verkoopopbrengst — niet de marktconformiteit ten opzichte van andere tabaksfabrikanten — is bepalend voor het vaststellen van sponsoring in de zin van de Tabaks- en rookwarenwet.
- BAT overtrad het sponsoringverbod op beide festivals omdat de hoge vergoedingen niet werden gedekt door de behaalde omzet, waardoor merkbekendheid het enige logische doel was.
- Het reclameverbod bij Defqon.1 werd overtreden doordat identieke BAT-producten meerdere malen in het verkoopschap voorkwamen, waarmee visuele blokken ontstonden zonder andere verklaring dan verkoopstimulering.
- De boetes werden door de rechtbank gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn en vastgesteld op €38.250 (Pinkpop) en €76.500 (Defqon.1); het College bevestigt deze bedragen.
- Het hoger beroep van BAT wordt in zijn geheel verworpen.
Samenvatting
British American Tobacco International Holdings B.V. (BAT) verkocht in 2019 tabaksproducten op de festivals Pinkpop en Defqon.1. Daarvoor had het bedrijf samenwerkingsovereenkomsten gesloten met de organisatoren en betaalde het forse vergoedingen: bijna 40.000 euro voor Pinkpop en ruim 96.000 euro voor Defqon.1. In ruil daarvoor mocht BAT eigen verkoopkiosken inrichten, waarbij 97 procent van de schapruimte gevuld was met eigen merken.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) deed inspecties op beide festivals en concludeerde dat BAT de grenzen van de wet had overschreden. De staatssecretaris van Volksgezondheid legde vervolgens boetes op: 45.000 euro voor de overtreding op Pinkpop en 90.000 euro voor Defqon.1, waar naast het sponsoringverbod ook het reclameverbod zou zijn overtreden.
De kern van het geschil draait om de vraag of de betaalde vergoedingen kwalificeren als 'sponsoring' in de zin van de Tabaks- en rookwarenwet. BAT stelde dat het simpelweg een marktconform verkooprecht had gekocht, vergelijkbaar met wat andere tabaksfabrikanten betalen op de evenementenmarkt. De verkoopopbrengst zou daarbij irrelevant zijn. De staatssecretaris en later de rechtbank zagen dat anders: de betaalde bedragen stonden in geen verhouding tot de behaalde of te verwachten verkoopomzet, waardoor het enige logische doel het vergroten van de merkbekendheid moest zijn geweest.
De rechtbank Rotterdam gaf BAT deels gelijk, maar niet op het punt van de overtredingen zelf. Die werden in stand gehouden. Wel matigde de rechter de boetes omdat de redelijke termijn voor afdoening van de zaak was overschreden. Het boetebedrag voor Pinkpop werd verlaagd naar 38.250 euro en voor Defqon.1 naar 76.500 euro.
In hoger beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven herhaalde BAT zijn verweer: de vergoeding was marktconform en de uitstalling van producten was niet bedoeld als reclame. Het College verwierp die argumenten. Het bevestigde dat de verhouding tussen de betaalde vergoeding en de redelijkerwijs te verwachten verkoopopbrengst bepalend is voor de vraag of er sprake is van sponsoring — niet de vraag of de vergoeding vergelijkbaar is met wat andere tabaksfabrikanten betalen. Dat 97 procent van de verkochte producten van BAT zelf was, en dat BAT in festivaldocumenten zelfs als sponsor werd aangeduid, versterkte dat oordeel.
Ook het argument over het reclameverbod bij Defqon.1 hield geen stand. De prominente en herhaalde plaatsing van identieke producten in het verkoopschap — waardoor visuele blokken van BAT-merken ontstonden — ging verder dan louter het tonen van een assortiment met prijskaartje. Daarmee was het reclameverbod eveneens overtreden.
Het College handhaafde de door de rechtbank vastgestelde, verlaagde boetebedragen: 38.250 euro voor de overtreding op Pinkpop en 76.500 euro voor de overtredingen op Defqon.1, in totaal ruim 114.000 euro.
Betrokken advocaten
mr. I. Renkema-Brink
verweerder
mr. D.W. Gerritsen
verweerder
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:6395, Raad van State, 24-12-2025, 202205361/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:14773, Rechtbank Rotterdam, 19-12-2025, ROT 24/10356
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:14224, Rechtbank Noord-Holland, 01-12-2025, HAA 23/3470
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:20203, Rechtbank Den Haag, 30-10-2025, C/09/690744/ KG ZA 25-854
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 april 2026
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
23/1789
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2026:136