Philip Morris verliest hoger beroep over reclame op festivals — CBB:2026:137
tabaksreclame- en sponsoringverbod / bestuurlijke boete
Eiser / verzoeker
Philip Morris Benelux BVBA (tabaksfabrikant)
Verweerder / gedaagde
Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Het hoger beroep van Philip Morris wordt verworpen; de boete van €90.000 wegens overtreding van het reclame- en sponsoringverbod blijft in stand.
- Blokvormige presentatie van eigen merken op de meest zichtbare plekken in de tabakskiosk werd aangemerkt als reclame in strijd met artikel 5 lid 1 Tabaks- en rookwarenwet.
- Betaling van een niet-marktconforme vergoeding aan festivalorganisatoren, gecorreleerd aan bezoekersaantallen, kwalificeert als verboden sponsoring.
- Financiële analyse toonde aan dat Philip Morris structureel verlies leed op de festivals, wat wijst op een aanprijzingsoogmerk in plaats van zuiver commercieel belang.
- De staatssecretaris trok zijn eigen hoger beroep in; alleen het incidentele hoger beroep van Philip Morris werd inhoudelijk beoordeeld en verworpen.
- De boete van €90.000 (€45.000 per overtreding) bleef volledig in stand.
Samenvatting
Philip Morris Benelux verkocht in 2018 en 2019 sigaretten en tabaksproducten vanuit kiosken op twee Nederlandse muziekfestivals: 't Strand in Utrecht en Open Air in Amsterdam. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) voerde inspecties uit en concludeerde dat de tabaksfabrikant daarmee het reclame- en sponsoringverbod uit de Tabaks- en rookwarenwet had overtreden.
De toezichthouders stelden vast dat de producten in de kiosken op een opvallende, blokvormige manier waren gepresenteerd, waarbij Marlboro-producten de meest zichtbare plekken innamen. Daarmee ging de fabrikant verder dan wat de wet toestaat als neutrale 'aanwezigheid op het verkooppunt'. Bovendien betaalde Philip Morris voor de aanwezigheid op de festivals bedragen die de toezichthouders als niet-marktconform beschouwden. Anders dan exploitanten van foodtrucks, die alleen een klein vast bedrag betaalden, betaalde de tabaksfabrikant een vergoeding die samenhing met het aantal bezoekers.
Uit de financiële analyse van de NVWA bleek bovendien dat Philip Morris op de festivals geen winst kon maken. De totale kosten — voor de vergoeding aan de festivalorganisator en de huur van de verkoopunit inclusief personeel — lagen ver boven de maximale opbrengst die de fabrikant uit de tabaksverkoop kon halen. Zo bedroegen de kosten voor 't Strand ruim €3.000, terwijl de maximale winst op de omzet van €2.508 berekend werd op slechts €541. Volgens de staatssecretaris wijst dit erop dat de aanwezigheid op de festivals niet puur commercieel was, maar als doel had om tabaksproducten aan te prijzen — wat neerkomt op sponsoring in de zin van de wet.
De staatssecretaris legde Philip Morris daarom twee boetes op van elk €45.000 per overtreding, voor in totaal €90.000. Philip Morris maakte bezwaar en stapte daarna naar de rechtbank Rotterdam. Die gaf de tabaksfabrikant op een deel gelijk, waarna zowel de staatssecretaris als Philip Morris in hoger beroep gingen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. De staatssecretaris trok zijn hoger beroep later in; alleen het incidentele hoger beroep van Philip Morris werd nog inhoudelijk behandeld.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verwierp de argumenten van Philip Morris en bevestigde dat de tabaksfabrikant zowel het reclameverbod als het sponsoringverbod had overtreden. De opgelegde boete van €90.000 bleef daarmee in stand.
Betrokken advocaten
mr. I. Renkema-Brink
verweerder
mr. D.W. Gerritsen
verweerder
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:229, Raad van State, 14-01-2026, 202304493/1/R2
Raad van State · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:14773, Rechtbank Rotterdam, 19-12-2025, ROT 24/10356
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:12216, Rechtbank Limburg, 10-12-2025, ROE 22/1964
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:6751, Rechtbank Overijssel, 20-11-2025, AK_24_420
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 april 2026
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
24/148
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2026:137