Rechter bevestigt startdatum windsubsidie op ingebruiknamedatum SwifterwinT — CBB:2026:141
subsidievaststelling / startdatum subsidieperiode windenergie (Besluit SDE)
Eiser / verzoeker
SwifterwinT op Land B.V.
Verweerder / gedaagde
Minister van Economische Zaken en Klimaat
Het beroep van SwifterwinT op Land B.V. is ongegrond verklaard; de minister heeft de startdata van de subsidieperiodes voor de 37 windturbines correct vastgesteld op basis van de feitelijke ingebruiknamedatum.
- De subsidieperiode onder het Besluit SDE vangt aan op de datum van feitelijke ingebruikname van de productie-installatie, niet op de contractuele overdracht ('take-over moment').
- De minister mag voor het bepalen van de ingebruiknamedatum de 80%-productienorm over twee opeenvolgende maanden hanteren als methode.
- Een e-mailbevestiging van RVO dat een beoogde startdatum 'akkoord' is, geldt als administratieve handeling voor bevoorschotting en niet als bindende toezegging over de definitieve startdatum.
- Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat al in de bijlage bij het verleningsbesluit stond dat de ingebruiknamedatum bij VertiCer bepalend is.
Samenvatting
Een windparkontwikkelaar uit Dronten, SwifterwinT op Land B.V., streed tevergeefs tegen de manier waarop de overheid de startdatum van de subsidie voor 37 windturbines had vastgesteld. Het bedrijf meende recht te hebben op een subsidieperiode die pas op 1 april 2023 zou ingaan, maar de minister koppelde de startdatum aan de feitelijke ingebruiknamedatum van de turbines — en die lag voor een deel van de turbines al in augustus 2022.
Het conflict draait om een praktisch probleem dat veel windparkontwikkelaars kennen: turbines worden technisch gezien al vroeg getest en kunnen al stroom produceren, maar de formele overdracht van de leverancier aan de exploitant vindt later plaats. SwifterwinT wilde de subsidieperiode pas laten ingaan op het moment van die contractuele overdracht — het zogeheten 'take-over moment'. Omdat de subsidie voor 15 jaar wordt verleend, is de startdatum van groot financieel belang: elke maand eerder starten betekent een maand minder subsidie aan het einde van de periode.
De minister van Economische Zaken en Klimaat hanteerde een andere redenering. Op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie (Besluit SDE) gaat de subsidieperiode in op de datum waarop de productie-installatie daadwerkelijk in gebruik is genomen. Om te bepalen wanneer dat precies het geval is, hanteerde de minister een methode waarbij hij keek naar de stroomproductie: zodra een turbine gedurende twee opeenvolgende maanden minimaal 80 procent van de verwachte windopbrengst haalt, geldt dat als de startdatum. Daarmee hield hij rekening met een normale testfase van doorgaans twee maanden.
SwifterwinT vond deze aanpak te beperkt en voerde bovendien aan dat er gewekt vertrouwen was: in juni 2022 had de minister per e-mail bevestigd dat de startdatum van 1 april 2023 'akkoord' was en in het systeem was vastgelegd. Het bedrijf betoogde dat dit een concrete, ondubbelzinnige toezegging was van een bevoegde medewerker van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), waarop het mocht vertrouwen.
De minister weerlegde dit door te stellen dat de e-mailbevestiging slechts een administratieve handeling was — bedoeld om de beoogde startdatum voor de bevoorschotting te noteren — en geen bindende toezegging over de definitieve startdatum. Bovendien stond al in de bijlage bij het oorspronkelijke subsidiebesluit uit 2019 beschreven dat de ingebruiknamedatum zoals geregistreerd bij certificeerder VertiCer (voorheen CertiQ) bepalend zou zijn.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven volgde de minister op beide punten. Eerder, in augustus 2025, had het College al in een vergelijkbare zaak geoordeeld dat de bedoeling van de regelgever duidelijk is: de subsidieperiode begint op de datum van ingebruikname. Die lijn wordt in deze zaak bevestigd. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde niet, mede omdat de bijlage bij het verleningsbesluit al aangaf hoe de startdatum zou worden bepaald. Het beroep van SwifterwinT werd ongegrond verklaard.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2025:12216, Rechtbank Limburg, 10-12-2025, ROE 22/1964
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:6462, Rechtbank Overijssel, 10-10-2025, 339428 KG RK 25-480 (1)
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:6041, Rechtbank Overijssel, 10-10-2025, 339428 KG RK 25-480
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:10345, Rechtbank Limburg, 30-09-2025, ROE 22/90, ROE 22/120 en ROE 22/2556
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 april 2026
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
24/761
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2026:141