Juristi.nl
ECLI:NL:CBB:2026:142Bestuursrecht

Slachterij verliest beroep over boete voor vleesbesmetting bij ritueel slachten — CBB:2026:142

bestuursrechtelijke boete / voedselveiligheid / hygiënevoorschriften slachterij

Eiser / verzoeker

Slachterij (naam 1)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Het hoger beroep slaagt deels op het punt van de boetehoogte: het College stelt de boete vast op €2.125 na correctie van de recidiveverhoging en juiste toepassing van de termijnkorting; de overtreding zelf wordt wel bevestigd.

  • Afspoelen van opgetakeld rund met intact huid levert overtreding op van punt 7 Verordening 853/2004, omdat de rituele halssnede al was gezet en vervuild water in de wond terechtkwam
  • Goedgekeurde werkwijze waarbij halswond wordt weggesneden, heft de overtreding niet op omdat besmetting onzichtbaar dieper het karkas kan binnendringen
  • Direct opleggen van boete was toegestaan omdat de slachterij eerder al een waarschuwing (2017) en boete (2017) had gekregen voor dezelfde overtreding
  • Minister erkent op zitting dat recidiveverhoging ten onrechte was toegepast; College past ook de termijnkorting correct toe op alleen de basisboete
  • Definitieve boete vastgesteld op €2.125 (basisboete €2.500 minus 15% termijnkorting)

Samenvatting

Een slachterij kreeg in 2018 een boete opgelegd nadat toezichthoudend dierenarts van de NVWA had geconstateerd dat bij het slachten van runderen met mest vervuild water in de halswond terechtkwam. Dat gebeurde doordat medewerkers de achterpoten van opgetakelde runderen met een waterslang afspoelden terwijl de huid nog intact was — het vervuilde water liep vervolgens langs het dier omlaag en in de snee die al was gezet voor de rituele slacht.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) concludeerde dat de slachterij daarmee de Europese hygiëneregels voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong had overtreden. Die regels schrijven voor dat het gehele uitslachtproces — van bedwelming tot en met het verwijderen van ingewanden — zo moet verlopen dat vleesbesmetting wordt voorkomen. De minister van Landbouw legde een boete op van drieduizend zevenhonderdvijftig euro, verhoogd wegens recidive: de slachterij was in 2016 al eens beboet voor dezelfde overtreding.

De slachterij stapte naar de rechter en voerde verschillende verweren. Ten eerste stelde zij dat de huid van het dier nog intact was op het moment van afspoelen, zodat er geen sprake kon zijn van vleesverontreiniging in de zin van de regels. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verwerpt dit argument: de rituele halssnede was al gezet, en daarmee was het uitslachtproces al begonnen. De hygiëneplicht geldt voor álle handelingen in die fase, niet alleen voor wat er ná het verwijderen van de huid gebeurt.

Ten tweede wees de slachterij op haar eigen goedgekeurde werkwijze, waarbij de halswond inclusief eventuele verontreiniging standaard wordt weggesneden en afgekeurd. Dat snijden lost het probleem echter niet volledig op, zo legde de NVWA op zitting uit: vervuild water dringt via de halswond dieper het karkas in en veroorzaakt onzichtbare besmetting die zich niet beperkt tot het weg te snijden deel. Het College oordeelt dat de regels geen ruimte laten voor extra verontreiniging in een gebied dat toch al deels verontreinigd is.

Een derde beroepsgrond — nieuw in hoger beroep — betrof de vraag of de minister direct een boete mocht opleggen in plaats van eerst een schriftelijke waarschuwing. Het College stelt vast dat het stadium van waarschuwen al lang gepasseerd was: eerder in 2017 had de slachterij al een schriftelijke waarschuwing en daarna nog een boete gekregen voor precies dezelfde overtreding. Aan alle voorwaarden uit het interventiebeleid was dus ruimschoots voldaan.

Wel deed zich een complicatie voor rond de hoogte van de boete. De minister had de basisboete van tweeduizend vijfhonderd euro verhoogd wegens recidive, op basis van een eerdere boete uit 2016. Tijdens de hoger beroepsprocedure erkende de minister echter dat die verhoging ten onrechte was toegepast. Tegelijk bleek op zitting dat ook de rechtbank in eerste aanleg al een fout had gemaakt: zij had de boete met vijftien procent verlaagd wegens overschrijding van de redelijke termijn, terwijl die korting uitsluitend op de basisboete van tweeduizend vijfhonderd euro had moeten worden berekend — niet op het verhoogde bedrag.

Na verrekening van beide correcties stelde het College de definitieve boete vast op tweeduizend honderdvijfentwintig euro.

Betrokken advocaten

mr. E.M.M. Geerligs

verweerder

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

7 april 2026

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

24/394

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:CBB:2026:142

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Slachterij krijgt boete voor ontsnapt rund, maar termijnoverschrijding leidt tot matiging
College van Beroep voor het bedrijfsleven·7 april 2026
Bestuursrecht
Boetes British American Tobacco voor festivalsponsor­ing grotendeels gehandhaafd
College van Beroep voor het bedrijfsleven·7 april 2026
Bestuursrecht
Fosfaatrechten maatschap niet verhoogd ondanks schending hoorplicht
College van Beroep voor het bedrijfsleven·7 april 2026
Bestuursrecht
Philip Morris verliest hoger beroep over reclame op festivals
College van Beroep voor het bedrijfsleven·7 april 2026
Bestuursrecht
Maatschap verliest beroep over perceelintekening landbouwsteun
College van Beroep voor het bedrijfsleven·7 april 2026
Bestuursrecht