Maatschap verliest beroep over perceelintekening landbouwsteun — CBB:2026:144
landbouwsteun / perceelregistratie / ontvankelijkheid bezwaar
Eiser / verzoeker
Maatschap (twee maten, namen geanonimiseerd)
Verweerder / gedaagde
Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Het beroep van de maatschap is ongegrond verklaard; de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
- De perceelintekening in 'Mijn percelen-applicatie' is geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb, omdat deze niet op rechtsgevolg is gericht.
- De maatschap kan de intekening zelf aanpassen; pas na indiening van de Gecombineerde opgave neemt de minister een formeel besluit over perceelomvang.
- Het College ziet geen grond om de perceelintekening gelijk te stellen met een besluit omwille van rechtsbescherming, omdat de reguliere aanvraagprocedure voldoende rechtsbescherming biedt.
- Het bezwaar was terecht niet-ontvankelijk verklaard; het beroep daartegen is ongegrond.
Samenvatting
Een maatschap van twee boeren was het niet eens met de manier waarop hun percelen waren ingetekend in de digitale 'Mijn percelen-applicatie' van de overheid. Concreet ging het om bufferstroken die langs waterlopen waren aangewezen. Die stroken verminderen het effectieve oppervlak dat meetelt voor landbouwsteun, mestplaatsingsruimte en vergoedingen voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer — zaken van direct financieel belang voor de boeren.
De maatschap had in 2022 al bezwaar gemaakt over de weergave van waterlopen in de Basisregistratie Grootschalige Topografie. De minister had toen toegezegd dat dit in de Gecombineerde opgave van 2023 gecorrigeerd zou worden, maar die belofte was niet nagekomen. Dat was voor de maatschap reden om in juni 2023 opnieuw bezwaar te maken, ditmaal gericht tegen de perceelintekening in de applicatie.
De minister verklaarde dat bezwaar echter niet-ontvankelijk. De redenering: de weergave in de digitale applicatie is geen officieel besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Een besluit vereist namelijk dat het gericht is op rechtsgevolg — dat wil zeggen dat het direct rechten of plichten in het leven roept. De intekening in 'Mijn percelen' is slechts een hulpmiddel bij het indienen van de aanvraag. Boeren kunnen die intekening zelf aanpassen voordat ze hun definitieve opgave indienen. Pas daarna neemt de minister een formeel besluit over de perceelomvang.
Opvallend genoeg erkende de maatschap voor het College van Beroep voor het bedrijfsleven zelf al dat de perceelintekening juridisch gezien geen besluit is. Toch vroeg zij het College om de intekening gelijk te stellen met een besluit, zodat zij er wel bezwaar tegen kon maken. Haar argument was dat de perceelgrootte zulke grote financiële consequenties heeft dat rechtsbescherming noodzakelijk is.
Het College ging daar niet in mee. Het wees erop dat de maatschap een volwaardige route heeft om haar bezwaren aan te kaarten: zij kan gewoon een aanvraag indienen via de Gecombineerde opgave, eventueel met haar eigen aanpassingen in de intekening. De minister neemt dan een formeel besluit over de perceelomvang, en dáártegen staat bezwaar en beroep open. Er is dus geen reden om de perceelintekening — die slechts een voorlopig hulpmiddel is — gelijk te stellen met een besluit.
Het beroep van de maatschap werd ongegrond verklaard. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Betrokken advocaten
mr. I.M.H.G. van Lankveld
verweerder
mr. S.H.B. van der Zalm
verweerder
Gerelateerde uitspraken
Rechter vernietigt afwijzing eco-regeling wegens gebrekkige evenredigheidstoets
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2026:109, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 17-03-2026, 24/325
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2026:102, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 17-03-2026, 24/523
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2026:110, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 17-03-2026, 24/623
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 april 2026
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
23/1892
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2026:144