Klacht over accountant Greenpeace International faalt bij CBb — CBB:2026:146
accountantstuchtrecht / controle jaarrekening Greenpeace International
Eiser / verzoeker
Rooms Katholieke Nederlandse Antarctica Vereniging St. Servatius en St. Pancratius
Verweerder / gedaagde
Accountant (naam geanonimiseerd)
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verwerpt het hoger beroep: alle klachtonderdelen blijven ongegrond en aan de accountant wordt geen maatregel opgelegd.
- Greenpeace International is niet aan te merken als criminele organisatie op basis van acties van lokale NRO-actievoerders; klachtonderdeel opdrachtaanvaarding ongegrond.
- De 26 nationale en regionale Greenpeace-organisaties zijn zelfstandige juridische entiteiten zonder overheersende zeggenschap van SGC; consolidatie in de jaarrekening was dus niet vereist.
- Een jaarrekening van een stichting met internationale activiteiten mag in het Engels worden opgesteld als het bestuur daartoe besluit.
- Enige gegronde klacht (onjuiste vermelding verslaggevingsstandaard) was van zo geringe betekenis dat geen maatregel werd opgelegd; het College laat dit oordeel in stand.
- Hoger beroep van de vereniging wordt volledig verworpen; accountant krijgt geen tuchtmaatregel.
Samenvatting
Een Heerlense katholieke vereniging diende een tuchtklacht in tegen de accountant die de jaarrekening 2020 van Greenpeace International (de Stichting Greenpeace Council) had gecontroleerd en goedgekeurd. De Rooms Katholieke Nederlandse Antarctica Vereniging St. Servatius en St. Pancratius beweerde dat de accountant de opdracht nooit had mogen aanvaarden, de goedkeurende verklaring ten onrechte had afgegeven en ten onrechte had ingestemd met openbaarmaking.
De kern van het conflict draaide om de vraag of Greenpeace International een criminele organisatie zou zijn. De vereniging stelde dat uit het jaarverslag en diverse publicaties blijkt dat Greenpeace stelselmatig strafbare feiten pleegt, zoals vernieling, huisvredebreuk en het enteren van schepen. Zowel de accountantskamer als het College van Beroep voor het bedrijfsleven verwierp dit standpunt. Dat actievoerders van lokale Greenpeace-afdelingen wereldwijd soms worden aangehouden wegens vermeende strafbare feiten, is onvoldoende om de internationale koepelorganisatie als crimineel te bestempelen en de accountant een verwijt te maken van haar opdrachtaanvaarding.
Een ander groot twistpunt betrof de consolidatiekring van de jaarrekening: moesten de 26 nationale en regionale Greenpeace-organisaties (NRO's) ook worden meegeconsolideerd? De accountant legde uit dat de NRO's volledig zelfstandige juridische entiteiten zijn met een eigen bestuur, eigen begroting en eigen donateurs. Greenpeace International oefent geen centrale leiding uit over de NRO's, maar verleent hen subsidies uit de contributies die zij ontvangen. Het College oordeelde dat de invloed die Greenpeace International via licentieovereenkomsten, merkrechten en procedureregels op de NRO's uitoefent, onvoldoende is om te spreken van overheersende zeggenschap.
De klacht dat de jaarrekening in het Engels was opgesteld terwijl de wet een Nederlandse versie zou vereisen, werd eveneens afgewezen. De wet laat toe dat een stichting de jaarrekening in een andere taal opmaakt als daartoe een besluit is genomen. Omdat Greenpeace International internationaal in het Engels opereert, was dit besluit door het bestuur genomen.
Eén klachtonderdeel had de accountantskamer wél gegrond verklaard: in de jaarrekening stond ten onrechte vermeld dat die was opgesteld conform een specifieke bepaling van het Burgerlijk Wetboek, en in de accountantsverklaring was ten onrechte vermeld dat de gebruikte verslaggevingsstandaard door de EU zou zijn goedgekeurd. De accountantskamer achtte deze fout echter van zo geringe betekenis dat zij geen maatregel oplegde. De vereniging had in hoger beroep gevraagd alsnog een maatregel op te leggen.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verwierp alle hogerberoepsgronden van de vereniging. Geen van de aangevochten oordelen van de accountantskamer werd herzien, en de accountant krijgt geen maatregel opgelegd.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2022:10287, Rechtbank Rotterdam, 23-11-2022, C/10/573452 / HA ZA 19-405
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBAMS:2021:2034, Rechtbank Amsterdam, 24-02-2021, C/13/663897 / HA ZA 19-345
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2021:3476, Rechtbank Rotterdam, 27-01-2021, C/10/573452 / HA ZA 19-405
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2020:867, Gerechtshof Amsterdam, 17-03-2020, 200.254.531/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
7 april 2026
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
22/2502
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CBB:2026:146