ECLI:NL:CBB:2026:34, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 03-02-2026, 23/2033 — CBB:2026:34
Samenvatting
Het College verzoekt het Hof van Justitie van de Europese Unie bij wijze van prejudiciële beslissing uitspraak te doen over de volgende vragen: Vraag 1 Moet artikel 101, eerste lid, van het VWEU zo worden uitgelegd dat, voor de vaststelling dat sprake is van een (verticale) strekkingsbeperking, bij het onderzoek van de economische en juridische context niet alleen moet worden betrokken of een overeenkomst of onderling afgestemde feitelijke gedraging tussen een leverancier en detailhandelaren van eenzelfde merk op zich voldoende schadelijk is voor de concurrentie tussen die detailhandelaren (intrabrand-concurrentie), maar in beginsel ook of deze overeenkomst of onderling afgestemde feitelijke gedraging op zich voldoende schadelijk is voor de concurrentie tussen verschillende merken op de betrokken markt of markten (interbrand-concurrentie)? Vraag 2 Indien vraag 1 bevestigend wordt beantwoord: a. moet dan in alle gevallen worden nagegaan of de overeenkomst of onderling afgestemde feitelijke gedraging op zich ook voldoende schadelijk is voor de interbrand-concurrentie of hoeft dit niet bij specifieke soorten of categorieën van gevallen, bijvoorbeeld hardcore beperkingen, en b. kan dit gedeelte van het onderzoek van de economische en juridische context dan beperkt blijven tot, bijvoorbeeld, het marktaandeel van het merk en de ontwikkeling daarvan gedurende de uitvoering van de overeenkomst of onderling afgestemde feitelijke gedraging, of moet het zich naargelang de omstandigheden van het geval ook uitstrekken over andere concurrentieparameters?
Betrokken advocaten
Allen Overy Shearman Sterling, AMSTERDAM
Allen Overy Shearman Sterling, AMSTERDAM
Allen Overy Shearman Sterling, AMSTERDAM
mr. A. Bouman
mr. M. Rekker
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2026:777, Gerechtshof Amsterdam, 20-03-2026, 23-001098-24
Gerechtshof Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:OGHACMB:2026:49, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 18-03-2026, AUA2025H00105 en AUA2025H00129
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2026:119, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 17-03-2026, 23/663
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2026:118, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 17-03-2026, 24/721, 24/722 en 24/723
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
3 februari 2026
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
23/2033
Procedure
Tussenuitspraak
ECLI
ECLI:NL:CBB:2026:34