ECLI:NL:CRVB:2013:2319, Centrale Raad van Beroep, 06-11-2013, 12-6533 WW — CRVB:2013:2319
Samenvatting
Niet is komen vast te staan dat de beëindiging op 30 september 2010 ook schriftelijk tussen betrokkene en werkgeefster was overeengekomen. Betrokkene of diens gemachtigde heeft immers niet vóór 1 oktober 2010 een schriftelijk stuk, waartoe ook een e-mail wordt gerekend, aan werkgeefster doen toekomen waaruit blijkt dat die opvatting van werkgeefster door betrokkene wordt onderschreven. Eerst met de ondertekening van de overeenkomst op 1 oktober 2010 door werkgeefster en betrokkene is voldaan aan de eis van schriftelijkheid die in artikel 16, derde lid, vijfde volzin en onder c, van de WW is gesteld, zodat de fictieve opzegtermijn met ingang van die dag een aanvang heeft genomen. Appellant heeft de opzegtermijn terecht toegerekend aan de periode direct volgend op 1 oktober 2010. Het oordeel van de rechtbank is dus niet juist. Tegen de berekening van de duur van de opzegtermijn zijn geen gronden aangevoerd, zodat ervan wordt uitgegaan dat betrokkene niet vóór 1 maart 2011 werkloos was. Vernietiging uitspraak. Beroep ongegrond.
Betrokken advocaten
mr. P.J. Reith
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2025:5203, Rechtbank Midden-Nederland, 01-10-2025, 11822120
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:948, Centrale Raad van Beroep, 11-06-2025, 21/392 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2023:1386, Centrale Raad van Beroep, 13-07-2023, 22/727 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2023:961, Centrale Raad van Beroep, 17-05-2023, 21/4154 ZW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 november 2013
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
12-6533 WW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2013:2319