ECLI:NL:CRVB:2019:4117, Centrale Raad van Beroep, 13-12-2019, 17/5180 ANW — CRVB:2019:4117
Samenvatting
Ten tijde van de inwerkingtreding van de Whk op 1 januari 2015 was het verzekerd risico nog niet ingetreden. De datum van het overlijden van de echtgenoot van appellante is immers hierna gelegen. Appellante heeft eerst met ingang van 1 juli 2015 aanspraak op een nabestaandenuitkering die op grond van artikel 17 van de Anw 70% van het wettelijk minimumloon bedraagt. Deze uitkering is dezelfde als een in Nederland woonachtige nabestaande ontvangt. Van een vermindering van de uitkering op grond van het wonen in Marokko is dan ook geen sprake. De rechtbank heeft daarom met juistheid geconcludeerd dat geen sprake is van een vermindering van een uitkering als bedoeld in artikel 5 van het NMV. Geen beroep op internationaalrechtelijke discriminatieverboden. Het beroep op artikel 1 Eerste protocol slaagt niet.
Betrokken advocaten
mr. A. Marijnissen
appellant
mr. C.A.J. de Roy van Zuydewijn
appellant
mr. M.M.W. van der Ent-Eltink
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2026:34, Centrale Raad van Beroep, 15-01-2026, 25/119 WLZ
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:11193, Rechtbank Rotterdam, 22-09-2025, ROT 21/5131
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:12028, Rechtbank Rotterdam, 15-09-2025, FT RK 25/515
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Insolventierecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:5577, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20-08-2025, BRE 24/6060 AOW
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
13 december 2019
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
17/5180 ANW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2019:4117