Juristi.nl

ECLI:NL:CRVB:2019:415, Centrale Raad van Beroep, 07-02-2019, 16/3556 ZW — CRVB:2019:415

Samenvatting

Gelet op de in het dossier aanwezige informatie over het medische verleden van appellante, de informatie over de toekenning van de ZW-uitkering in maart 2016 gevolgd door toekenning van een WIA-uitkering per maart 2018, de in het dossier aanwezige medische informatie van onder meer behandelend psychiater G.J. Hendriks en het feit dat het om een afgesloten periode gaat, ziet de Raad aanleiding om appellante, voor wat betreft de vraag of zij per 4 april 2015 in staat kon worden geacht meer dan 65% te verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd, het voordeel van de twijfel te geven. Niet aannemelijk wordt geacht dat de medische situatie van appellante en de daarmee samenhangende psychische en fysiek belastbaarheid, op de datum in geding, groter was dan ten tijde van de toekenning van de WIA-uitkering.

Betrokken advocaten

mr. L.L.A. Cox

appellant

Acta Advocaten, NIJMEGEN

mr. W.J. Belder

appellant

mr. J. van Delft

appellant

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

7 februari 2019

Zaaknummer

16/3556 ZW

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:CRVB:2019:415

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Raad van Beroep: man blijft gebonden aan vaststellingsovereenkomst met UWV
Centrale Raad van Beroep·2 april 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep man tegen UWV niet-ontvankelijk door vaststellingsovereenkomst
Centrale Raad van Beroep·2 april 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Rechter bevestigt weigering WIA-uitkering: minder dan 35% arbeidsongeschikt
Centrale Raad van Beroep·2 april 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep schadeclaim UWV sneuvelt op vaststellingsovereenkomst
Centrale Raad van Beroep·2 april 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Raad wijst verletkosten WIA-spreekuren zelfstandige af
Centrale Raad van Beroep·2 april 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht