ECLI:NL:CRVB:2020:1411, Centrale Raad van Beroep, 08-07-2020, 18/3727 AWBZ — CRVB:2020:1411
Samenvatting
Terugvordering onverschuldigd betaalde voorschotten op grond van artikel 4:95, vierde lid, van de Awb. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat het zorgkantoor bevoegd was om het pgb lager vast te stellen dan het bij de verlening bepaalde bedrag omdat appellant de aan het pgb verbonden verplichtingen niet is nagekomen. De Raad onderschrijft dit oordeel van de rechtbank en de overwegingen die daaraan ten grondslag zijn gelegd en verwijst daar naar. Belangenafweging, vaste rechtspraak. De rechtbank heeft in wat appellant heeft aangevoerd geen aanleiding gezien om te oordelen dat het zorgkantoor niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot het op nihil vaststellen van het pgb gebruik heeft mogen maken. De Raad onderschrijft dit oordeel van de rechtbank en de overwegingen die tot dit oordeel hebben geleid en verwijst daar naar. Ook in hoger beroep heeft appellant niet voldoende aannemelijk en inzichtelijk gemaakt dat het pgb is besteed aan AWBZ-zorg, ook niet voor wat betreft de betalingen aan [X.].
Betrokken advocaten
mr. S.A.M. Clijsen
appellant
mr. N. Baytemir
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2022:759, Rechtbank Limburg, 04-01-2022, ROE 20/2540
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2021:3325, Centrale Raad van Beroep, 29-12-2021, 18/6564 WLZ
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBZWB:2021:5328, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22-10-2021, AWB- 21_427
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2021:4346, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26-08-2021, AWB- 20_5518
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
8 juli 2020
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
18/3727 AWBZ
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2020:1411