ECLI:NL:CRVB:2020:1427, Centrale Raad van Beroep, 08-07-2020, 18/3889 AWBZ — CRVB:2020:1427
Samenvatting
De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat het zorgkantoor bevoegd was om het pgb lager vast te stellen dan het bij de verlening bepaalde bedrag, omdat appellante de aan het pgb verbonden verplichtingen niet is nagekomen. De Raad onderschrijft dit oordeel van de rechtbank en de overwegingen die daaraan ten grondslag zijn gelegd en verwijst daar naar. De rechtbank heeft in wat appellante heeft aangevoerd geen aanleiding gezien om te oordelen dat het zorgkantoor niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot het op nihil vaststellen van het pgb gebruik heeft mogen maken. De Raad onderschrijft dit oordeel van de rechtbank en de overwegingen die tot dit oordeel hebben geleid en verwijst daar naar. Appellante heeft in hoger beroep aanvullende stukken overgelegd, waaronder een verklaring van [broer] en een belastingaangifte en belastingaanslag over 2014. Ook met deze stukken blijven er teveel onduidelijkheden, waardoor niet objectief is vast te stellen in hoeverre het pgb is besteed aan AWBZ-zorg. Het hoger beroep slaagt niet.
Betrokken advocaten
mr. S.A.M. Clijsen
appellant
mr. N. Baytemir
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2022:759, Rechtbank Limburg, 04-01-2022, ROE 20/2540
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2021:3325, Centrale Raad van Beroep, 29-12-2021, 18/6564 WLZ
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBZWB:2021:5328, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22-10-2021, AWB- 21_427
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2021:4346, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26-08-2021, AWB- 20_5518
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
8 juli 2020
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
18/3889 AWBZ
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2020:1427