ECLI:NL:CRVB:2020:1998, Centrale Raad van Beroep, 26-08-2020, 18/1113 WIA — CRVB:2020:1998
Samenvatting
Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd is een herhaling van de gronden in beroep. De overwegingen en conclusies van de rechtbank daarover worden geheel onderschreven. Van een aanmaning in de referteperiode was geen sprake. Dat appellant de werkgever tijdens de referteperiode op niet mis te verstane wijze heeft aangemaand, heeft hij ook in hoger beroep niet onderbouwd. Hieruit volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Betrokken advocaten
mr. A. Terpstra
appellant
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2022:1486, Centrale Raad van Beroep, 13-07-2022, 21/3117 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2020:3044, Centrale Raad van Beroep, 02-12-2020, 17/7145 WAO
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2019:2785, Centrale Raad van Beroep, 21-08-2019, 17/1493 ZW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2014:3235, Centrale Raad van Beroep, 24-09-2014, 12-4459 WAJONG-T
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 augustus 2020
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
18/1113 WIA
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2020:1998