ECLI:NL:CRVB:2020:2823, Centrale Raad van Beroep, 12-11-2020, 18/5304 WW — CRVB:2020:2823
Samenvatting
Het Uwv heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat op het voorschot WW-uitkering een maatregel van blijvend gehele weigering moet worden toegepast en het voorschot op nihil moet worden gesteld. Aan de werkloosheid van appellant ligt een dringende reden als bedoeld in artikel 7:678 van het BW ten grondslag en appellant kan ter zake een verwijt kan worden gemaakt. Appellant is door de strafrechter onherroepelijk veroordeeld voor een zedenmisdrijf, bestaande uit het meermalen verrichten van seksuele handelingen met een minderjarig meisje, waarbij hij gebruik heeft gemaakt van de computer en iPad van de RDW. Deze contacten hebben deels onder werktijd plaatsgevonden.
Betrokken advocaten
mr. S. Praagman
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNNE:2026:106, Rechtbank Noord-Nederland, 15-01-2026, 24-269
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2026:62, Centrale Raad van Beroep, 14-01-2026, 24/2492 TW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2026:14, Centrale Raad van Beroep, 13-01-2026, 24/2306 PW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1832, Centrale Raad van Beroep, 10-12-2025, 23/2376 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 november 2020
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
18/5304 WW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2020:2823