ECLI:NL:CRVB:2020:793, Centrale Raad van Beroep, 26-03-2020, 18/6234 AW — CRVB:2020:793
Samenvatting
De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat de zorgplicht van de minister niet zover strekt dat elk denkbaar risico op voorhand moet worden uitgebannen. Van appellante had gezien de omstandigheden meer oplettendheid mogen worden verwacht. De rechtbank heeft terecht geconcludeerd dat sprake is van een ongelukkige samenloop van omstandigheden en op grond daarvan het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOVE:2023:3798, Rechtbank Overijssel, 25-09-2023, C/08/298408 / HA RK 23-61
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOVE:2018:4082, Rechtbank Overijssel, 29-10-2018, AWB - 18 _ 358
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:CRVB:2018:923, Centrale Raad van Beroep, 29-03-2018, 17/2167 AW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:CRVB:2018:918, Centrale Raad van Beroep, 22-03-2018, 17-4353 MAW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 maart 2020
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
18/6234 AW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2020:793