ECLI:NL:CRVB:2021:1051, Centrale Raad van Beroep, 06-05-2021, 18/4797 AWBZ — CRVB:2021:1051
Samenvatting
Tussen partijen is uitsluitend in geschil de vraag vanaf welke datum het zorgkantoor in verzuim zou zijn geweest als bedoeld in artikel 4:102, tweede lid, van de Awb. De Raad volgt appellanten niet in hun betoog dat moet worden uitgegaan van de aanvraagdatum van 5 mei 2011. De Raad volgt appellanten evenmin in hun betoog dat moet worden uitgegaan van een aanvraagdatum van 18 juli 2013. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het zorgkantoor bij de toepassing van artikel 4:102, tweede lid, van de Awb heeft mogen uitgaan van de ontvangst van de aanvraag voor meerzorg op 23 oktober 2013. Eerst op die datum heeft betrokkene zich tot het zorgkantoor gewend met het verzoek een besluit te nemen over haar aanspraak op meerzorg. Uit wat is overwogen volgt dat de hoger beroepen niet slagen en dat de aangevallen uitspraken, voor zover aangevochten, moeten worden bevestigd.
Betrokken advocaten
mr. S. Gezer
appellant
mr. L.E. Roberts-Hafkamp
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2026:29, Centrale Raad van Beroep, 14-01-2026, 24/2792 WLZ
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1903, Centrale Raad van Beroep, 18-12-2025, 24/1835 WLZ
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1342, Centrale Raad van Beroep, 03-09-2025, 24/1736 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1271, Centrale Raad van Beroep, 28-08-2025, 23/663 WLZ
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 mei 2021
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
18/4797 AWBZ
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2021:1051