ECLI:NL:CRVB:2021:1120, Centrale Raad van Beroep, 07-05-2021, 18/641 WIA — CRVB:2021:1120
Samenvatting
Ter zitting heeft het Uwv erkend dat appellante ten onrechte niet in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord. Het bestreden besluit is dan ook in strijd met artikel 7:2, eerste lid, van de Awb genomen. Aannemelijk is echter dat appellante daardoor niet is benadeeld. In beroep en in hoger beroep heeft zij alsnog de gelegenheid gehad om haar standpunten mondeling toe te lichten en stukken over te leggen, zodat het gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb zal worden gepasseerd. Ook als dit gebrek zich niet had voorgedaan, zou een besluit met een gelijke uitkomst zijn genomen. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek door het Uwv voldoende zorgvuldig is geweest en dat er op grond van de beschikbare medische gegevens geen aanleiding is om te twijfelen aan de juistheid van de door de verzekeringsartsen vastgestelde medische beperkingen. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen worden geheel onderschreven. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd geeft geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de FML van 21 november 2016. Er is geen reden om de verzekeringsarts bezwaar en beroep in dit standpunt niet te volgen. Er zijn ook overigens geen aanknopingspunten dat de verzekeringsartsen de beperkingen van appellante hebben onderschat. Dat onvoldoende rekening is gehouden met de bijwerkingen van de medicijnen zoals door appellante gesteld, is niet gebleken. In wat appellante heeft gesteld over het medicatiegebruik wordt geen aanleiding gezien om de toelichting en onderbouwing door de verzekeringsarts bezwaar en beroep onjuist te achten. Uitgaande van de juistheid van de voor appellante vastgestelde beperkingen, wordt het oordeel van de rechtbank onderschreven dat de geselecteerde functies van huishoudelijk medewerker gebouwen met SBC-code 111334, besteller post/pakketten met SBC-code 282102 en chauffeur personenbusje met SBC-code 111241 in medisch opzicht voor appellante geschikt zijn en dat deze functies aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd mochten worden. Er wordt evenmin aanleiding gezien om de geselecteerde functies niet passend te achten vanwege het gevraagde opleidingsniveau 2 of de door appellante gestelde beperkte beheersing van de Nederlandse taal van appellante. De gestelde beperkte beheersing van de Nederlandse taal geeft geen reden om aan te nemen dat appellante niet geschikt is voor de geselecteerde functies. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd met verbetering van gronden omdat de rechtbank het in 4.2 vastgestelde gebrek niet heeft onderkend. Er is aanleiding het Uwv te veroordelen in de door appellante voor rechtsbijstand gemaakte proceskosten. Tevens is er aanleiding te bepalen dat het Uwv het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht aan appellante vergoedt.
Betrokken advocaten
mr. J.J. Grasmeijer
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2026:76, Rechtbank Midden-Nederland, 15-01-2026, UTR 25/4282
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2026:10, Centrale Raad van Beroep, 07-01-2026, 22/1223 WAJONG
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1880, Centrale Raad van Beroep, 18-12-2025, 21/4413 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6747, Rechtbank Midden-Nederland, 17-12-2025, UTR 25/2271
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 mei 2021
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
18/641 WIA
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2021:1120