ECLI:NL:CRVB:2021:1234, Centrale Raad van Beroep, 06-05-2021, 17/8028 WIA — CRVB:2021:1234
Samenvatting
De Raad is van oordeel dat er redelijkerwijs geen misverstand over heeft kunnen bestaan dat met het besluit van 8 augustus 2016 aan betrokkene, en niet aan een andere rechtspersoon, een loonsanctie werd opgelegd. De in het besluit genoemde werknemer had een aanstelling bij betrokkene, betrokkene was ervan op de hoogte dat er in verband met een onvoldoende re-integratie resultaat voor werknemer een loonsanctie zou volgen, en namens betrokkene is bij brief van 30 augustus 2016 feitelijk ook bezwaar gemaakt tegen de met het besluit van 8 augustus 2016 opgelegde loonsanctie. Vernietiging uitspraak. Betrokkene heeft ter zitting uitdrukkelijk verzocht om, indien het hoger beroep zou slagen, de zaak voor verdere inhoudelijke behandeling terug te wijzen naar de rechtbank. De Raad ziet hierin aanleiding om de zaak met toepassing van artikel 8:115, eerste lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht terug te wijzen naar de rechtbank.
Betrokken advocaten
mr. W. de Rooy-Bal
appellant
mr. G.P.M. van der Sprong
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:24355, Rechtbank Den Haag, 19-12-2025, 25/7912
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1310, Centrale Raad van Beroep, 27-08-2025, 23/3155 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:6847, Rechtbank Noord-Holland, 24-06-2025, 116392443
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:833, Centrale Raad van Beroep, 28-05-2025, 23/2877 WIA-T
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 mei 2021
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
17/8028 WIA
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2021:1234