ECLI:NL:CRVB:2021:2092, Centrale Raad van Beroep, 16-08-2021, 20/3506 AW — CRVB:2021:2092
Samenvatting
Appellante heeft zich allereerst op het standpunt gesteld dat het besluit van het college om haar tijdelijke aanstelling niet te verlengen onrechtmatig is en dat het college de daardoor geleden en nog te lijden schade aan haar moet vergoeden. De Raad volgt dit standpunt van appellante niet. Appellante heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het college onrechtmatig heeft gehandeld en zich niet als een goed werkgever heeft gedragen. De Raad volgt ook dit standpunt van appellante niet. Nu er al geen sprake is van een onrechtmatig besluit of een onrechtmatige handeling van het college, komt de Raad niet toe aan de beoordeling van de verdere vereisten voor toewijzing van het verzoek om schadevergoeding, zoals het vereiste dat er schade is en het vereiste dat die schade het gevolg is van het onrechtmatig bevonden besluit of de onrechtmatig bevonden handeling. Uit de overwegingen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak moet daarom worden bevestigd.
Betrokken advocaten
mr. J. Jaab
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2025:1719, Centrale Raad van Beroep, 20-11-2025, 24/154 AW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:10339, Rechtbank Limburg, 23-10-2025, ROE 24/3049
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:10315, Rechtbank Limburg, 22-10-2025, ROE 24/2901
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:8811, Rechtbank Noord-Holland, 31-07-2025, 25/3139
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
16 augustus 2021
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
20/3506 AW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2021:2092