ECLI:NL:CRVB:2021:2201, Centrale Raad van Beroep, 31-08-2021, 20/3996 AW — CRVB:2021:2201
Samenvatting
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank in de aangevallen uitspraak dat de vaststellingsovereenkomst ook zonder de handtekening van appellant als rechtsgeldig moet worden aangemerkt en neemt de overwegingen die daaraan ten grondslag zijn gelegd over. Appellant stelt dat hij geen verzoek tot ontslag heeft ingediend, omdat de vaststellingsovereenkomst door hem niet is ondertekend. Dit betoog slaagt niet. Voorts stelt appellant dat, indien wel een vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen, deze ongeldig is, omdat het salaris van mei 2018 en de advocaatkosten te laat zijn uitbetaald. Ook dit betoog slaagt niet. In de vaststellingsovereenkomst zijn hiervoor immers geen termijnen vermeld. Uit de overwegingen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Betrokken advocaten
mr. L.N. Hoekstra
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNNE:2021:3150, Rechtbank Noord-Nederland, 22-07-2021, 20-2129
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNNE:2020:3505, Rechtbank Noord-Nederland, 14-10-2020, LEE 19/2484
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:CRVB:2020:2275, Centrale Raad van Beroep, 24-09-2020, 19/3613 AW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:RBNNE:2019:3279, Rechtbank Noord-Nederland, 18-07-2019, 18/1894
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 augustus 2021
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
20/3996 AW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2021:2201