ECLI:NL:CRVB:2021:282, Centrale Raad van Beroep, 11-02-2021, 19/4866 AW — CRVB:2021:282
Samenvatting
Appellant heeft zich op het standpunt gesteld dat zijn bezwaar tegen de conceptbeoordeling ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Dit betoog slaagt niet. Wat betreft de aard van de aanstelling heeft appellant het standpunt ingenomen dat de hem per 1 mei 2017 aangeboden aanstelling er een in vaste dienst was en dat het al dan niet verlengen van de aanstelling daarom niet aan de orde is. Dit betoog slaagt niet. Appellant heeft tegen het aanstellingsbesluit geen bezwaar gemaakt waardoor dit besluit en daarmee de tijdelijke duur van de aanstelling in rechte is komen vast te staan. Het aanstellingsbesluit is voor de rechtspositie van appellant bepalend. De vacaturetekst, noch de beweerde uitlating van de leidinggevende kunnen leiden tot een geslaagd beroep op het op het vertrouwensbeginsel. Tot slot heeft appellant aangevoerd dat het college vanwege het aandeel van C in het conflict met appellant, de uitval wegens ziekte van appellant en het gebrek aan begeleiding vanuit de gemeente tot een andere afweging had moeten komen. De Raad volgt appellant hierin niet. Het hoger beroep moet ongegrond worden verklaard en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Betrokken advocaten
mr. A.C.S. Grégoire
appellant
mr. E.J.G. Jonkers-Hebben
appellant
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:8767, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 08-12-2025, 25/216
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RVS:2025:3131, Raad van State, 09-07-2025, 202405032/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:2289, Raad van State, 21-05-2025, 202400250/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:3823, Rechtbank Limburg, 23-04-2025, ROE 25/763 en ROE 25/748
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
11 februari 2021
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
19/4866 AW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2021:282