ECLI:NL:CRVB:2021:369, Centrale Raad van Beroep, 18-02-2021, 20/1776 AW — CRVB:2021:369
Samenvatting
In de uitspraak van 28 november 2019 heeft de Raad, voor zover hier van belang, onder verwijzing naar de uitspraken van 18 juli 2019 (ECLI:NL:CRVB:2019:2432, ECLI:NL:CRVB:2019:2506, ECLI:NL:CRVB:2019:2507, ECLI:NL:CRVB:2019:2508 en ECLI:NL:CRVB:2019:2573) het uitgangspunt onderschreven dat alle aanvragen op gelijke wijze worden beoordeeld en het niet onredelijk geacht dat daarvoor een peildatum wordt gehanteerd. De peildatum van 1 juni 2017 kan de rechterlijke toets doorstaan. In overeenstemming met de uitspraken van 18 juli 2019 dient de korpschef de aanvragen om ontheffing van werkzaamheden bij de nieuw te nemen besluiten te beoordelen naar de situatie op de peildatum 1 juni 2017. De Raad heeft in zijn uitspraak van 16 april 2020 (ECLI:NL:CRVB:2020:984) overwogen dat het onderzoek van de korpschef niet zover hoeft te gaan dat aan herplaatsingskandidaten die op de peildatum al in een bepaald traject zaten met zicht op plaatsing in een andere functie, alsnog de functie wordt aangeboden van degene die vraagt om ontheffing van werkzaamheden. Verder heeft de Raad in zijn uitspraak van 22 oktober 2020 (ECLI:NL:CRVB:2020:2606) overwogen dat het voorgaande ook geldt voor herplaatsingskandidaten op wie een maatwerktraject van toepassing was waarbij is afgesproken om de tijdelijke tewerkstelling voort te zetten tot aan de ingangsdatum van het (vroeg)pensioen dan wel tot aan het formaliseren van de rechtspositie. De korpschef heeft gemotiveerd toegelicht dat bij kandidaten 28, 34, 39 en 54 sprake was van een maatwerktraject als hiervoor bedoeld. Wat betreft kandidaat nummer 8 heeft de korpschef gemotiveerd toegelicht en met stukken onderbouwd dat die kandidaat op 4 juli 2017 een herplaatsingsplan heeft getekend. De korpschef heeft er in dit verband terecht op gewezen dat aan het tekenen van het herplaatsingsplan voorbereiding is voorafgegaan. Uit wat is overwogen volgt dat de beroepen ongegrond moet worden verklaard.
Betrokken advocaten
mr. P.W. Kuijper
appellant
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2021:2081, Rechtbank Gelderland, 26-04-2021, AWB - 20 _ 3061
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2021:370, Centrale Raad van Beroep, 18-02-2021, 20/1778 AW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:CRVB:2021:374, Centrale Raad van Beroep, 18-02-2021, 20/1840 AW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:CRVB:2021:368, Centrale Raad van Beroep, 18-02-2021, 20/1774 AW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 februari 2021
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
20/1776 AW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2021:369