ECLI:NL:CRVB:2021:479, Centrale Raad van Beroep, 05-03-2021, 19/4379 AW — CRVB:2021:479
Samenvatting
Niet gezegd kan worden dat de besluiten om de tijdelijke aanstelling van appellanten niet voort te zetten in strijd zijn met het geschreven of ongeschreven recht. Appellanten maakten met hun tijdelijke aanstelling deel uit van de flexibele schil die nodig is om het wisselende aanbod in werkzaamheden op te vangen. De door appellanten genoemde Circulaire en het Onderhandelaarsakkoord voorzien in een dergelijke flexibele schil. Het gebruik maken daarvan behoort tot de grote mate van vrijheid die de minister heeft om zijn organisatie in te richten.
Betrokken advocaten
mr. I.G.L. van de Beek
appellant
mr. G.W. Brouwer
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2024:1931, Centrale Raad van Beroep, 25-09-2024, 23/717 AW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2021:8099, Rechtbank Den Haag, 03-08-2021, AWB - 20 _ 3554
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:RBLIM:2018:11239, Rechtbank Limburg, 29-11-2018, AWB - 18 _ 231
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:GHARL:2018:7492, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21-08-2018, 200.204.522/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
5 maart 2021
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
19/4379 AW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2021:479