ECLI:NL:CRVB:2022:1273, Centrale Raad van Beroep, 01-06-2022, 21/411 WW — CRVB:2022:1273
Samenvatting
Het Uwv heeft de WW-uitkering van appellante terecht blijvend geweigerd over het aantal uren waarvoor het recht niet zou zijn ontstaan als appellante het aanbod zou hebben aanvaard. Het betoog van appellant dat sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel, stuit af op het ontbreken van ruimte om de in artikel 27, tweede lid, van de WW dwingend voorgeschreven maatregel te toetsen aan het evenredigheidsbeginsel (zie onder meer de uitspraak van de Raad van 12 maart 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:824).
Betrokken advocaten
mr. P.J. Reith
appellant
mr. A.E.L. Th
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2025:948, Centrale Raad van Beroep, 11-06-2025, 21/392 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2023:1386, Centrale Raad van Beroep, 13-07-2023, 22/727 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2023:961, Centrale Raad van Beroep, 17-05-2023, 21/4154 ZW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBOVE:2023:1178, Rechtbank Overijssel, 31-03-2023, ak_21_1280
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 juni 2022
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
21/411 WW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2022:1273