ECLI:NL:CRVB:2022:2433, Centrale Raad van Beroep, 17-11-2022, 20/1818 WIA — CRVB:2022:2433
Samenvatting
Er is geen aanleiding om artikel 13, eerste lid, van het Dagloonbesluit buiten toepassing te laten. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat deze regeling van dwingendrechtelijke aard is en geen ruimte biedt om daar in het geval van appellant van af te wijken. Appellant heeft in de maanden juli tot en met december 2016 geen arbeidsovereenkomst met [naam B.V.] gehad zodat van bedongen arbeid geen sprake was. De stelling van appellant dat het bedrag aan niet-genoten vakantiedagen dat in 2017 door [naam B.V. 2] is uitbetaald bij de vaststelling van zijn dagloon had moeten worden betrokken, slaagt evenmin.
Betrokken advocaten
mr. G.A. Vermeijden
appellant
mr. W.P.J.M. van Gestel
appellant
mr. A. Boesjes
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2026:82, Centrale Raad van Beroep, 21-01-2026, 23/2159 TW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1874, Centrale Raad van Beroep, 18-12-2025, 25/610 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1846, Centrale Raad van Beroep, 18-12-2025, 24/1725 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1861, Centrale Raad van Beroep, 17-12-2025, 24/1958 WAJONG
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
17 november 2022
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
20/1818 WIA
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2022:2433